5 recente vragen

Dossiers

Volksgezondheid  Vetten

Wat is....

Vetten in voedingsmiddelen zoals vlees, zijn belangrijk als energiebron, maar ook voor de opname van vitamines. Teveel van iets is zelden goed, dus ook niet van vetten. En dus is het verstandig om vettere vleessoorten af te wisselen met de magere vleesproducten.
Vooral transvetzuren worden in verband gebracht met de ontwikkeling van cholestorol en met hart- en vaatziekten.

Naar boven

Achtergronden

Achtergrond
Indeling
Cholesterol
Voedingswaarde

Vetten zijn belangrijk als energiebron (caloriën) voor het menselijk lichaam, maar ook voor de opname van vitamines (A,D en E) en essentiële vetzuren.
Transvetzuren worden geacht een rol te spelen bij hart- en vaatziekten en moeten worden beperkt.
Onverzadigde vetten hebben een geringer effect, maar ook deze moeten met mate geconsumeerd worden om gezondheidsproblemen overgewicht (obesitas) te helpen voorkomen.

Vet uit vlees (dierlijk vet) is voor circa de helft verzadigd en voor de andere helft onverzadigd. Het vet van varkensvlees bevat iets meer onverzadigd vet dan rund-, kalfs- en lamsvlees. Te veel vet is niet goed voor het menselijk lichaam. Dus is het belangrijk vettere soorten af te wisselen met de magerder vlees(producten).

Vetten leveren het lichaam energie om te kunnen functioneren en zijn nodig om de lichaamstemperatuur op peil te houden, maar het is het altijd verstandig om op de hoeveelheid te letten.

Indelingen
Scheikundig wordt vet onderscheiden in onverzadigd en verzadigd vet.
Vet in eten bestaat altijd uit een combinatie. Voor de gezondheid is het zaak producten te kiezen met onverzadigde vetten. Dit verlaagt het (LDL) cholesterolgehalte (zie verderop).

Transvet verhoogt het cholesterol in het bloed en vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Dierlijke én plantaardige producten kunnen dit ‘verkeerde’ vet bevatten. Transvet zit met name in snacks, koek en gebak. Het ontstaat als zacht vet en olie ‘harder’ worden gemaakt.

Verzadigd vet zit in harde margarine en hard frituurvet en ‘verborgen’ in vet vlees, volvette zuivel, roomboter, chocolade, koek, gebak, snacks en zoutjes.

Olie (plantaardig én dierlijk), margarines, halvarines, vloeibaar bak-, braad- en frituurvet, vette vis, kippenvet, noten en pinda’s bevatten meer onverzadigd dan verzadigd vet.
In tegenstelling transvet helpt onverzadigd vet het (goede) cholesterolgehalte te verbeteren. Door 5% van de calorieën meer uit onverzadigd vet te halen, daalt de kans op hart- en vaatziekten 20 tot 40%.

Vet in eten bestaat uit verbindingen (triglyceriden) die niet in water oplosbaar zijn. Voor een klein deel gaat het om vetachtige substanties (lipiden) die in vetzuren zijn opgelost, zoals cholesterol. Ook vetoplosbare vitamen (A,D,E,K) zijn in de vetfractie vertegenwoordigd.
Vetzuren verschillen qua structuur en dat is bepalend voor de eigenschappen, functie en invloed op de gezondheid.

In de praktijk is vet met onverzadigde vetzuren te herkennen omdat het vloeibaar of zacht is, zoals olie of zachte margarine. Vet, dat hard is bij kamertemperatuur, bevat juist veel verzadigde vetzuren.

Voor veel vleessoorten geldt dat onverzadigde vetten meer dan de helft uitmaken van het vet. Toch blijft minder vet eten een belangrijk devies.
In de praktijk betekent het, dat vettere vleessoorten regelmatig afgewisseld zouden moeten worden met de magerder producten.

Cholesterol
Vetten met veel transvetzuren verhogen het LDL (slechte) cholesterolgehalte in het bloed. Onverzadigde vetten blijken in staat juist dat cholesterolgehalte te helpen verlagen.
Cholesterol is een vetachtige stof die het lichaam in kleine hoeveelheden goed kan gebruiken. Er bestaan twee vormen: LDL en HDL cholesterol. LDL is slecht voor het lichaam, HDL wordt gezien als juist goed.
Tot voor kort dachten onderzoekers dat cholesterol in de voeding een ongunstig effect had op het cholesterolgehalte in het bloed. Uit onderzoek is echter gebleken dat het effect van transvetzuren op het cholesterolgehalte in het bloed veel sterker is en dat het cholesterol in de voeding maar een geringe invloed heeft.

Voedingswaarde
Vet is een bron van energie (calorieën), vitamine A, D en E en essentiële vetzuren (linolzuur en alfa-linoleenzuur).
Bij een gezond en gevarieerd eetpatroon komt tussen de 20 en 40% van de calorieën uit vet. Om de kans op hart- en vaatziekten te verlagen, is het van belang te kiezen voor producten met veel onverzadigd vet en  geen of weinig transvet. Dat kan door te kiezen voor zachte en vloeibare vetten, zoals margarines, halvarines, olie of vloeibare bak- en braadproducten. En dat kan door magere varianten te nemen van melk(producten) en vlees; en door te letten op 'tussendoortjes'.

Vet levert van alle voedingsstoffen de meeste calorieën per gram. Een vetrijke voeding is  meestal ook een calorierijke voeding. Mensen die moeite hebben op gewicht te blijven, doen er goed aan niet te vet te eten. Bij een gemiddelde energiebehoefte komt dat neer op maximaal 80 gram vet per dag voor vrouwen en zo’n 100 gram voor mannen.

Naar boven

Actuele situatie NL

Informatiecampagne Dierlijk Vet
Plantaardig Vet: Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling

In Nederland streeft de Gezondheidsraad naar een inname van maximaal 1 energieprocent transvetzuren en maximaal 10 energieprocent verzadigd vet (Aanbevelingen Gezondheidsraad).
Het Nederlandse bedrijfsleven is zich bewust van de gezondheidaspecten van vetten in voeding en probeert bij te dragen aan het halen van de doelstellingen rond vetten. Zo is onder de vlag van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) en de zogeheten Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling een (digitaal) zichtboek (link) samengesteld. Dit laat innovaties zien rond een verbeterde vetzuursamenstelling van producten die bijdragen aan het terugdringen van overgewicht.

Informatiecampagne Dierlijk vet:
Op initiatief van het Productschap Margarine, Vetten en Oliën (MVO) en de Vereniging van Slachtbijproducten is een informatiecampagne opgezet over dierlijk vet. Dat zijn vetten van koeien, kalveren, varkens, pluimvee, geiten en schapen. Dierlijk vet wordt toegepast in levensmiddelen, diervoer, in technische producten (smeermiddel) en consumentproducten (verzorging). Verder worden dierlijke vetten benut voor energie.

EU wetgeving
regelt de indeling van dierlijke vetten naar herkomst.
Zo zijn er dierlijke vetten voor menselijke consumptie, voor diervoeders, voor techniek en voor energie. Als een dier goedgekeurd wordt voor consumptie dan mogen de vetten worden toegepast in levensmiddelen en diervoeders.
Gemiddeld produceert Nederland jaarlijks zo’n 200.000 ton dierlijk vet, met name varkensvet, rundvet en pluimveevet.
De informatiecampagne (www.dierlijkvet.nl) geeft meer inzicht in de betekenis van dierlijke vetten.

Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling
Vanuit ‘de plantaardige kant’ streeft de Task Force Verantwoorde Vetzuursamenstelling naar verdere verbetering van voedingsmiddelen. Zo zijn er zijn voorlichtingsactiviteiten, waaronder de websites www.vettefeiten.nl en www.vetzuursamenstelling.nl.

Het type vetzuur heeft  invloed op producteigenschappen, zoals smaak en houdbaarheid. Voor de Task Force is een voorwaarde dat de functionele eigenschappen gehandhaafd blijven. Dit betekent dat gezocht wordt naar die alternatieven met een optimale vetzuursamenstelling die ook prijstechnisch haalbaar zijn. Bovendien dienen technologische processen aangepast te worden aan nieuwe recepturen.

Naar boven

Feiten en Cijfers / Deskundigen 
Informatie over voeding in het algemeen en de rol van vetten in het bijzonder staat op de site van het Voedingscentrum: http://webshop.voedingscentrum.nl/webshop
Het Productschap Margarine Vetten en Oliën (MVO) is actief op het gebied van vetten in voedingsmiddelen.
Rond dierlijk vet is er de informatiecampagne www.dierlijkvet.nl
Voor de plantaardige kant is er de site www.mvo.nl/kernactiviteiten/VoedingenGezondheid en de campagnesites www.vettefeiten.nl en www.vetzuursamenstelling.nl
MVO heeft een Stuurgroep Kies Gezond Vet; per mail bereikbaar via grooten@mvo.nl

Naar boven

Vlees in beeld

Uitgelicht

Over het Schmallenberg virus

Lees meer
Voor jongeren van 13 - 19 jaar