Recept van de dag
Kalfsborst gevuld met appelgehakt
Nederlandse varkenshouders fokken varkens die aansluiten bij gevarieerde marktwensen. In Duitsland vragen klanten vooral mager vlees. In Engeland is een randje vet noodzakelijk voor bacon.
Nederland heeft een goede naam op het gebied van het fokmateriaal voor varkens. Het is vooral het sperma van het mannetjesvarken (de beer), die de kwaliteit van de nieuwe generatie varkens en daarmee van het varkensvlees bepaalt.
Algemene eigenschappen worden bepaald door het varkensras, zoals het Nederlandse Landvarken, het Birkshire varken of het Nederlandse Groot Yorkshire. Ieder varkensras heeft andere eigenschappen als het gaat om vleeskwaliteit, groeisnelheid maar ook stressgevoeligheid.
De fokkerij legt de basis voor al deze eigenschappen. Daartoe gebruiken varkensfokkers hoogwaardige technologieën gericht op de gezondheid van mens en dier en die zoveel mogelijk bijdragen aan het welzijn van de dieren. Het genetisch modificeren van varkens komt in Nederland niet voor.
De varkensfokkerij besteedt ook veel aandacht aan bedrijfseconomische aspecten en productiviteit (aantal biggen per varken). Nederlandse fokkers werken aan een balans tussen de productiviteit en het dierenwelzijn.
Een zeug is 115 dagen drachtig en werpt gemiddeld 12 biggetjes.
Na de geboorte blijven de biggetjes eerst bij hun moeder. Speciale lampen zorgen, dat de temperatuur in de stal minimaal 32 graden Celsius is.
De biggen krijgen 28 dagen moedermelk. Daarna worden de biggetjes gevoerd met licht verteerbare brokken en gaan ze samen naar een apart hok. Na vier weken wegen de biggen ongeveer 7 kilo.
Voor het huisvesting van biggen gelden regels. Zo hebben stallen steeds meer materialen voor de dieren om mee te spelen, zoals een ketting, zak of bal.
Meer informatie, achtergronden en ontwikkelingen in onze dossiers.