Recept van de dag
Kalfsborst gevuld met appelgehakt
Rundveehouders stemmen de voeding voor hun dieren af op het dier. Een drachtige koe krijgt ander voer dan een koe die al een kalfje heeft gekregen en dus melk geeft. Rundveehouders geven hun runderen ruwvoer, zoals gras, (snij)maïs en krachtvoer. Krachtvoer bestaat uit brokjes waarin vitamines en vetten zijn verwerkt.
Runderen krijgen ook producten uit de voedingsmiddelenindustrie, zoals pulp van bieten, aardappelbijproducten en bierborstel. De rundveehouderij draagt zo bij aan het duurzaam verwerken van producten die mensen niet meer kunnen of willen eten. Die producten komen van speciale bedrijven. Rundveehouders produceren de maïs vaak zelf.
Leveranciers van rundveevoeders hebben een erkenning nodig voor Good Manufacturing Practice (GMP-International). Deze GMP-International code is gebaseerd op ISO-9001 en voldoet aan de eisen van het HACCP-kwaliteitssysteem.
Jonge kalveren krijgen de eerste levensfase alleen melk. Als ze wat ouder zijn, krijgen ze ook hooi, brokjes, gras en maïs.
Melkvee- en rundveehouderijbedrijven voldoen aan eisen op het gebied van welzijn, hygiëne, milieu, diergezondheid en voeding. De regels voor diervoeder zijn streng. Zo mag rundervoer geen diermeel bevatten.
De AID (Algemene Inspectiedienst) en de GD (Gezondheidsdienst voor Dieren) controleren of de bedrijven volgens de richtlijnen werken.
De regels voor diervoeding staan in de Kaderwet Diervoeders en in de Verordening Diervoederhygiëne.
Meer informatie is verkrijgbaar bij de Nevedi (Nederlandse Vereniging voor de Diervoederindustrie).