Hart en vaatziekten zijn aandoeningen aan het hart of het bloedvatenstelsel.
Er zijn veel oorzaken. Naast erfelijke factoren en leeftijd spelen levensstijl en voeding een rol. In die context is onderzocht of er een relatie is tussen vleesconsumptie en hart- en vaatziekten. De meningen van onderzoekers variëren. Het is niet eenduidig vast te stellen dat er een oorzakelijke relatie zou zijn.
Onze informatie over vlees in relatie tot een gezond eet- en leefpatroon is mede gebaseerd op wetenschappelijke inzichten van de Gezondheidsraad en daarvan afgeleide richtlijnen van het Voedingscentrum. Dit komt neer op een gematigd eetpatroon, op basis van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden, niet te vet, gevarieerd, en voldoende lichaamsbeweging.
Hart- en vaatziekten zijn aandoeningen aan het hart of het bloedvatenstelsel. Deze ontstaan door vernauwing van de bloedvaten waardoor de bloeddoorstroming afneemt en de kans toeneemt op een hartaanval of een beroerte.

Hart- en vaatziekten kunnen het gevolg zijn van erfelijke factoren of de leeftijd. De meeste problemen ontstaan echter door ongezonde gewoontes, een ongezond voedingspatroon, roken, teveel alcohol, stress en te weinig beweging. Verder spelen een verhoogd cholesterolgehalte, diabetes (suikerziekte), overgewicht en/of een verhoogde bloeddruk een rol.
Zoveel soorten hart- en vaatziekten, zoveel oorzaken:
Een gezond eet- en leefpatroon kan de kans op hart- en vaatzieken verminderen.
Beschadigingen of vernauwingen in de wand van de bloedvaten kunnen de bloeddoorvoer beperken. Hierdoor krijgen het hart en de hersenen of andere lichaamsdelen te weinig zuurstof aangevoerd. Op termijn kunnen een hartinfarct, beroerte of een andere vaataandoening ontstaan.
De behandelingen van hart- en vaatziekten hangen af van de oorzaak. Meestal moeten eerst de eet- en leefgewoontes worden aangepast. Vaak worden medicijnen voorgeschreven en soms is een operatie nodig of noodzakelijk.
Een gezonde levensstijl kan de kans op hart- en vaatziekten verminderen. Dit kan door niet te roken, een gezond lichaamsgewicht te hebben, minimaal een half uur per dag te bewegen, gezond en gevarieerd te eten met voldoende vitamines, mineralen en vezels, groenten en fruit, magere of halfvolle zuivelproducten, vis, minder vette vleessoorten en weinig zout. (website Voedingscentrum)
Gevarieerd eten betekent dagelijks kiezen en combineren uit alle vakken van de Schijf van Vijf. Er is niet één voedingsmiddel dat alle nodige voedingsstoffen bevat. Producten uit alle categorieën zijn nodig om alle voedingsstoffen binnen te krijgen.
De EU startte in 2004 een collectieve aanpak voor preventieve maatregelen om hart- en vaatziekten in Europa terug te dringen, gericht op levensstijl, voeding, alcoholmisbruik en roken.
Cholesterol is een vettige stof in het bloed. Het is een bouwstof die nodig is voor hormonen of cellen. Mensen halen de benodigde cholesterol deels uit hun voeding. Het meeste wordt aangemaakt door de lever. Het lichaam maakt precies genoeg cholesterol om goed te kunnen functioneren.
Via bloedonderzoek kan de cholesterol in het bloed worden gemeten. Die hoeveelheid kan sterk schommelen. Er zijn twee soorten cholesterol: LDL oftewel 'lage dichtheid lipoproteïne' (de slechtere variant) en HDL oftewel de hoge dichtheid lipoproteïne (de goede vorm).
Of een cholesterolgehalte goed of te hoog is, wordt ook bepaald door zaken als roken, erfelijkheid, te weinig bewegen en het lichaamsgewicht.
Een hoog cholesterolgehalte kan ontstaan door te veel cholesterolrijke voedingsmiddelen, of teveel verzadigd vet, erfelijke aanleg, een te hoog lichaamsgewicht, diabetes, bepaalde medicijnen of een traag werkende schildklier.
Tot een aantal jaren geleden werd ten onrechte gewaarschuwd tegen cholesterolrijke voeding, zoals eieren, lever, niertjes of schaaldieren. Later bleek dat cholesterol in voedingsmiddelen veel minder invloed op het gehalte aan cholesterol in het bloed heeft dan verzadigd vet.
Het Voedingscentrum geeft adviezen over een gezonde voeding. Samengevat komt dat neer op matig en gevarieerd eten, kiezen voor verse producten in plaats van kant- en klare of bewerkte producten.
Ook huisartsen adviseren patiënten over goede voeding en een gezonde leefstijl in een patiëntenbrief.
Zie: Artsennet
Elk lichaam heeft vetten nodig voor energie. Een overschot slaat het lichaam op als vetreserve (rond de buik, de heupen en elders). Dat wordt gebruikt bij extra inspanningen, zoals sporten. Een beetje reserve is goed, maar niet te veel.
Naast leverancier van energie is vet een belangrijke bouwstof voor cellen in het lichaam. Hersenen, zenuwen en hormonen bestaan voor een groot deel uit vetten. De vitamines A, D, E en K lossen alleen op in vet, waardoor vetten in voeding ook een bron van deze vitamines zijn. Tenslotte zorgt vet voor bescherming tegen kou en beschermt het kwetsbare organen.
Grofweg zijn vetten te verdelen in drie soorten: verzadigde en onverzadigde vetten en transvetten (zie ons dossier vetten).
Onverzadigde vetten komen veel voor in plantaardige producten. Verzadigde in dierlijke producten. Transvetten ontstaan door een chemische bewerking van (onverzadigde) vetten en zitten vaak verborgen in bijvoorbeeld snacks en koek.
Onverzadigde vetten
Onverzadigde vetten (enkelvoudige en meervoudige) verlagen het cholesterol gehalte in het bloed. Onverzadigde vetten komen voor in zowel plantaardige als dierlijke producten. Plantaardige olie bevat bijvoorbeeld meer onverzadigd vet. Vet dat bij kamertemperatuur zacht/vloeibaar is, bevat vooral meervoudig onverzadigde vetten. Of onverzadigde vetten enkelvoudig of meervoudig zijn, maakt voor de gezondheid geen verschil.
De Gezondheidsraad heeft uit voorzorg een limiet gesteld.
Verzadigde vetten
Verzadigde vetten verhogen het gehalte aan minder goede cholesterol en kunnen de kans op hart- en vaatziekten vergroten. Verzadigde vetten komen veel voor in bewerkte kant- en klare producten zoals koekjes, gebak, chocola en snacks. Ze komen ook voor in voeding van dierlijke afkomst, zoals vlees en zuivelproducten (melk, kaas, boter). Op verpakkingen staat vaak vermeld welke soort vetten in een product zitten. In het algemeen wordt geadviseerd te kiezen voor magere zuivelproducten en magere vleesvarianten en vloeibare olie en bakvetten.
Transvetten
Transvet is een verzadigd vet dat meestal ontstaat in bedrijfsmatige processen. Olie of zacht vet wordt steviger gemaakt waardoor er harde margarine of frituur- of bakvet of gebak, koek of snacks van kunnen worden gemaakt.
Het bedrijfsleven werkt hard aan technieken en met andere grondstoffen om het aandeel transvetten terug te dringen. Transvetten komen van nature in zuivel en vlees van herkauwers (runderen) voor.
Op verpakkingen of etiketten staat soms hoeveel transvet het product bevat. Het gebruik van harde olie of vet moet op de ingrediëntendeclaratie staan. Transvetten zijn de meest ongunstige vetten. Ze verhogen het gehalte aan LDL cholesterol. De Nederlandse Hartstichting geeft (meer) informatie hierover.
Bij een gezond voedingspatroon wordt vaak verwezen naar ‘mediterrane voeding’. Het zou beter beschermen tegen chronische ziekten zoals hart- en vaatziekten. Meestal wordt gerefereerd aan een voedingspatroon in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw in Griekenland waarbij sprake was van een redelijk inspannend activiteitenpatroon.
Het vetgehalte van mediterrane voeding kan hoog zijn.
In Griekenland wordt de voeding gekenmerkt door veel olijfolie, in Italië door veel pasta en in Spanje door een hoog visgebruik. Uit diverse onderzoeken komt naar voren dat de traditionele mediterrane voeding hart- en vaatziekten kan helpen verminderen. De beschikbare onderzoeken maken het niet mogelijk om met voldoende zekerheid een onderdeel van de voeding aan te wijzen.
De resultaten van de Europese HALE Study suggereren dat tot op hoge leeftijd (70-90 jaar) het gebruik van een mediterrane voeding in combinatie met matig alcoholgebruik, niet-roken en matige tot inspannende lichamelijke activiteit het risico door hart- en vaatziekten, aanzienlijk verlaagt.
Ook uit de EPIC-Elderly Study komt naar voren dat naarmate de voeding meer overeenkomst vertoont met de traditionele mediterrane voeding, de levensverwachting van Europeanen boven de 60 jaar toeneemt. Bron: Gezondheidsraad, publicatie richtlijn gezonde voeding.
De Europese patronen in vetconsumptie gaan steeds meer op elkaar lijken. Afgelopen dertig jaar is in veel Europese landen het aandeel vet in de energie-inname toegenomen. De grootste stijging is te zien in Frankrijk en Spanje. In de Noord- en West-Europese landen, waaronder Nederland, is het aandeel van vet juist iets afgenomen (WHIO-HFA, 2009).
De meningen over de relatie tussen het eten van vlees en het risico op hart- en vaatziekten variëren. Onderzoekers komen tot verschillende conclusies:
Volgens een wetenschappelijk onderzoek in de Verenigde Staten in 2010 zou de inname van verzadigde vetten geen gevolgen hebben voor hart- en vaatziekten. Het onderzoek baseert zich op 21 studies over de wereld, aldus een publicatie in het American Journal of Clinical Nutrion.
Uit een onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Groningen blijkt dat een tekort aan eiwitten in het bloed het risico op beroertes en hartinfarcten vijf keer vergroot. Jonge patiënten met een onverklaard hersen- of hartinfarct en trombose in hun familie moeten getest worden op eiwittekorten. Vlees is een belangrijke bron van eiwitten.
Onderzoekers van de Vrije Universiteit in Amsterdam hebben aangetoond dat natuurlijk transvet negatieve effecten heeft op de cholesterolgehaltes in het bloed. Transvet verhoogt het slechte cholesterol en verlaagt het goede HDL-cholesterol en zou volgens de onderzoekers een reden moeten zijn om vet vlees en volle zuivelproducten te minderen.
Uit Amerikaans onderzoek van de Harvard School of Public Health blijkt dat het eten van ‘bewerkt’ vlees, zoals ham en worst, de kans op suikerziekte en hartziekten zou vergroten. De onderzoekers zagen die effecten niet bij onbewerkt vlees.
Dit onderzoek loopt internationaal voorop waar het gaat om het kijken naar de relatie tussen vleesconsumptie en hart- en vaatziekten (en diabetes). De onderzoekers publiceerden de resultaten van eerdere onderzoeken in het vakblad Circulation (17 mei 2010).
Vegetarisme
Uit onderzoek blijkt dat vegetariërs een lagere sterfte aan ischaemische hartziekten (onvoldoende doorbloeding) hebben, maar even hoog aan kanker en een even hoog in het totaal. De belangrijkste factor lijkt niet zozeer het weglaten van vlees, maar het gebruik van voeding met veel ongeraffineerde plantaardige producten (zoals granen, groenten, fruit, noten en peulvruchten). Een verstandige voeding met matige hoeveelheden dierlijke en minder vette producten en veel rijkelijk ongeraffineerde plantaardige producten, heeft eenzelfde effect als vegetarische voeding. Het weglaten van vlees leidt daarentegen tot een verhoogde kans op voedingstekorten. Met name bij een veganistische voeding bestaat een kans op tekorten aan vitamine B12, vitamine B2 en verschillende mineralen, waaronder calcium, ijzer en zink.
Bron: Ned Tijdschr Geneeskd. 2003;147:1308-13, Richtlijnen Voeding en gezondheid - potentiële gezondheidsvoordelen en risico's van vegetarisme en beperkte vleesconsumptie in Nederland , P.C. Dagnelie
Over de hele linie is het devies: eet niet teveel, niet te vet, eet gevarieerd met een goede mix uit de Schijf van Vijf (Voedingscentrum) en beweeg voldoende.
Het Voedingscentrum houdt aan om per dag maximaal 100 -125 gram bereid vlees te eten, bij voorkeur magere soorten. Nederlandse consumenten volgen dit gematigde patroon al vele jaren, zoals ook blijkt uit cijfers van het Productschap Vee en Vlees. Volgens het PVV verandert de vleesconsumptie in Nederland ook nauwelijks.