Hormonen zijn chemische stoffen die in alle levende organismen (dieren, planten en ook mensen) voorkomen. Het zijn regelaars die zorgen dat allerlei processen in het lichaam correct verlopen. Zo zijn er hormonen die zorgen voor het aansturen van de groei en ontwikkeling van een lichaam of een vrucht.
Hormonen zorgen in de vleesproductie voor een beter rendement en een gunstiger vlees-/vet verhouding. Om die redenen werden ze in het verleden ingezet als groeibevorderaar in de veehouderij. Al sinds 1961 geldt in Nederland een verbod op het gebruik van groeibevorderaars (groeihormonen). In Europa geldt dit verbod sinds 1988. De overheid en het bedrijfsleven zelf zien nauwlettend toe op handhaving.
In sommige landen, zoals de Verenigde Staten, zijn enkele soorten hormonen veilig bevonden voor gebruik als groeibevorderaar. Voor andere middelen kan een risico ontstaan voor de consument. In Europa geldt een totaalverbod.
Hormonen zijn chemische stoffen die in alle levende organismen (dieren, planten en ook mensen) voorkomen. Ze zijn de regelaars die zorgen dat allerlei processen in het lichaam correct verlopen. Er zijn tientallen verschillende soorten hormonen met allemaal verschillende eigenschappen. Ze zorgen bijvoorbeeld voor het aansturen van de groei en ontwikkeling van een lichaam of een vrucht.
Het woord hormoon is afkomstig van het Griekse woord hormân, dat 'aandrijfstof' betekent. Hormonen worden in ieder lichaam aangemaakt door diverse klieren. Hormonen beïnvloeden diverse lichaamsfuncties zoals voortplanting, groei en ontwikkeling, opslag en verbruik van reservevoedsel, de water- en zouthuishouding en de spijsvertering. Ook hebben hormonen invloed op het gedrag.
Hormonen zorgen in de vleesproductie voor een beter rendement en een gunstiger vlees-/vetverhouding en werden om die kenmerken in het verleden ingezet als groeibevorderaar. Sinds 1988 geldt in Europa een verbod op het gebruik van groeihormonen. Dit in tegenstelling tot de Verenigde Staten waar het gebruik nog wel is toegestaan.

In Europa geldt sinds 1988 een verbod op het gebruik van hormonen als groeibevorderaar in de veehouderij. Doordat met bepaalde hormonen meer groei (en dus financiële winst) kan worden bereikt, is er helaas kans op illegaal gebruik. Of dit een risico zou zijn voor de gezondheid van de consument, hangt sterk af van het soort hormoon, van de hoeveelheid en van het moment en de manier van toediening.
Voor de wetgeving en de controle doet dit alles niet ter zake. Hormonen en hormoonachtige stoffen zijn verboden als groeibevorderaar in de veehouderij. Misbruik is ook nadelig voor veehouders die geen groeibevorderaars gebruiken. Er is dan sprake van concurrentienadeel. Voorop staat echter de consument. Door intensieve controles van de vleessector en de overheid wordt misbruik tegengegaan. Alle bedrijven met vleesrunderen moeten daarom deelnemen aan een certificeringsprogramma. Die dieren worden regelmatig gecontroleerd door het testen van urinemonsters.
In Nederland controleren diverse sectoren ook zichzelf. Zo volgt het overgrote deel van de veehouders in de varkenssector de IKB-regelingen (Integrale Keten Beheersing). Binnen IKB vinden ook controles plaats op mogelijk gebruik van groeibevorderaars. Dit gebeurt met name via de controles op diervoeder.
In de vleeskalversector wordt de controle uitgevoerd door de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalveren (SKV). Inspecteurs van de SKV voeren onaangekondigd controles uit op 3.500 adressen in alle schakels van de productieketen. Ze controleren producenten van kalvervoeders, handelaren in voer, vleeskalverbedrijven en slachterijen en houden toezicht op de administratie en de procedures. Van grond- en hulpstoffen voor kalvervoeders worden monsters genomen en geanalyseerd. Ook nemen zij monsters van voer, haar of urine op de boerderij- én in de slachtfase. In totaal worden jaarlijks ruim 20.000 monsters genomen. Op het laboratorium van TNO in Zeist vinden de analyses plaats. Wie de regels overtreedt, kan rekenen op sancties vanuit de SKV én op strafrechtelijke vervolging door de overheid. Voortdurend worden de opsporings- en analysemethoden verbeterd. De SKV staat onder toezicht van de Nederlandse Raad voor Accreditatie en voldoet aan de internationale kwaliteitsnormen (NEN/ISO). Het CBD, Controlebureau Dierlijke sector controleert in de rundveehouderij op het gebruik van hormonen en andere groeibevorderende middelen. Net als in de kalversector worden bedrijven onaangekondigd bezocht. Overtredingen worden gemeld aan de Algemene Inspectiedienst (AID). Zo garandeert de sector dat het vlees correct is geproduceerd. Producenten zijn verplicht zich aan te sluiten bij het CBD. Dit is bepaald in een verordening van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE). Op overtredingen staan hoge boetes.
De controle op hormonen is streng omdat de stoffen al in zeer kleine hoeveelheden hun werking kunnen doen. Ieder risico op misbruik moet daarom worden uitgesloten. Overigens zijn niet alle groeibevorderende stoffen ook automatisch hormonen. Er zijn ook bepaalde medicijnen die als bijwerking de groei bevorderen. Voortdurend worden de analysemethoden aangepast. Doordat de detectieapparatuur steeds gevoeliger is geworden, kunnen ook positieve uitslagen voorkomen, terwijl de betrokken veehouder te goeder trouw heeft gehandeld.
Veehouders willen graag dat een dier optimaal groeit tegen zo gering mogelijke voederkosten. Wat dat betreft is het vergelijkbaar met prestaties van topsporters. Ook sporters moeten werken aan maximale spierkracht en stellen daarom hoge eisen aan de opneembaarheid van voedingstoffen. In de eerste plaats moeten daarom alle noodzakelijke ingrediënten aanwezig zijn. Daarnaast moet het lichaam in optimale conditie zijn. Alleen dan is het mogelijk om alle beschikbare voedingsstoffen uit het voedsel op te nemen.
Het darmstelsel is de essentiële schakel in de spijsvertering en het is de kunst om die optimaal te laten werken. Bij toeval werd rond 1940 ontdekt dat vleeskippen beter groeiden als er kleine hoeveelheden antibiotica aan het voer waren toegevoegd. Dit zorgde ervoor dat ongewenste bacteriën in de darm werden beperkt, en de gunstige bacteriën juist de overhand kregen. Hierdoor groeiden de dieren beter en was minder voer nodig. Tot 1998 was hiervoor een aantal verschillende soorten antibiotica toegestaan.
Eén van de voorwaarden voor het gebruik was dat die antibiotica niet als geneesmiddel bij mensen werden gebruikt. Door hun uitwerking worden dergelijke antibiotica ook wel groeibevorderaars genoemd, ofwel voerbespaarders. Na een langdurige discussie over mogelijke risico's rond resistentie bij bacteriën, werd in 1998 het gebruik van dergelijke middelen in Europa als groeibevorderaar in veevoer verboden.
Een perfecte darmwerking is de basis voor optimale voederopname en voor efficiënte groei. Veel onderzoek in de veehouderij richt zich juist op dat aspect. Het is een beetje vergelijkbaar met mensen die de dag beginnen met een flesje probiotica om zodoende te zorgen voor goed werkende darmen. Bij dieren zijn soortgelijke mogelijkheden. Door het extra toedienen van gezonde bacteriën, kunnen ziekmakende bacteriën worden onderdrukt. Tevens kan via de juiste voeding ook worden gezorgd dat juist die goede bacteriën de overhand krijgen in de darm. Bij biggen kan dat door bij de overgang van moedermelk naar vaste voeding te kiezen voor zeer goed verteerbare ingrediënten.
Het verbod op antibiotica als groeibevorderaar en het gebruik van hormonen en hormoonachtige stoffen blijft in de Europese Unie van kracht. In andere delen van de wereld, zoals in de VS worden bepaalde middelen wel als veilig beschouwd voor mens en dier. Regelmatig is hierover binnen de wereldhandelsorganisatie WTO onenigheid. De VS wil dat Europa het vlees van die dieren toelaat, terwijl Europa de grens dicht wil houden.