
De laatste jaren is er veel aandacht voor streekproducten, die regionaal geproduceerd en afgezet worden.
Ze hebben onder meer als doel om voedselkilometers te reduceren en een eerlijkere prijs voor producenten te helpen bewerkstelligen. Sommige streekproducten hebben een historische band met een bepaalde streek, en worden vaak als exclusief, ambachtelijk en authentiek gezien.
De plaats van productie van voedingsmiddelen komt steeds verder af te liggen van de plaats van consumptie. Dit veroorzaakt langere en intensievere productie- en distributieketens. Dat betekent meer verkeer, meer druk op het milieu. Verder spelen zaken als geluidsoverlast, dierenwelzijn tijdens transport en files een rol.
Dit verschijnsel wordt wel beschreven als foodmiles oftewel het aantal kilometers dat gemaakt wordt voor een product op de plaats is waar deze geconsumeerd wordt. Daarbij wordt meegerekend het veevervoer en de verpakkingen. Om effecten voor het milieu te verminderen is er aandacht ontstaan voor streekproducten.
Meer hedonistische aankoopredenen (het gemak en het genieten dienen de mens) zijn versheid en de smaak van streekproducten.
Uit marktonderzoek bleek een flink deel van de respondenten voedsel uit Nederland als veiliger en gezonder te beschouwen. Streekproducten worden ook geassocieerd met ambachtelijkheid, versheid en authenticiteit.
Streekproducten zijn verkrijgbaar op boerenmarkten, in boerenwinkels en in steeds vaker ook in (regionale) supermarkten. De meeste 'niet‐gebruikers' die best wel streekproducten zouden willen kopen, zien daar vanaf omdat de supermarkt ze te weinig aanbiedt (men wil het gemak van de supermarkt)
Uit CBS-cijfers blijkt dat het aantal landbouwbedrijven in Nederland met verkoop aan huis rond de 4% ligt van het totaal. Ondanks dat het aantal bedrijven door schaalvergroting afneemt blijkt 2009 lijkt het aantal bedrijven met verkoop aan huis (boerderijwinkel) licht te stijgen. Uit onderzoek blijkt ook dat de consument de afgelopen jaren steeds meer voorkeur aan Nederlandse producten geeft.
Ook in de horeca is de trend terug te zien. Steeds meer restaurants hebben aandacht voor streekgebonden producten.
Het brede scala van keurmerken tot streekproducten leidt tot evenveel etiketten.
Om duidelijkheid over de herkomst van vlees te scheppen bestaan er criteria waar bedrijven vrijwillig aan mee kunnen werken. Zo kent Nederland het keurmerk ‘Het Erkend Streekproduct‘ van de stichting Streekeigen Producten Nederland. Een aantal vleesproducten dragen dit keurmerk, bijvoorbeeld hoogveenrundvlees uit een speciaal natuurgebied in Drenthe en goulash of hachee van Texels lamsvlees .
Het keurmerk houdt in dat het product en de grondstoffen uit een bepaalde streek komen. Ook de verwerking vindt daar plaats. Producten met het Erkend Streekproduct keurmerk voldoen veelal ook aan de eisen van het EKO-keurmerk of Milieukeur. Streekproducten behoren doorgaans dus ook tot de trend van de duurzaamheid.
Uit een Engelse studie blijkt dat het ‘ecologisch beter’ is om conventionele lokale producten te kopen dan ingevoerde biologische levensmiddelen. De consument lijkt echter vaak aan te nemen dat streekproducten biologisch zijn, maar dit hoeft niet het geval te zijn.
Voor meer informatie over vlees met het Erkend Streekproduct keurmerk : www.erkendstreekproduct.nl
Regelgeving etikettering
Tenslotte over de etikettering van vlees. Volgens EU eisen moet op het etiket staan uit welk land het dier komt. Daarnaast is de zogeheten Beschermde Oorsprong Benaming (BOB) opgenomen in Europese wetgeving. Producten die dit keurmerk mogen dragen moeten geproduceerd, verwerkt en bereid worden binnen een bepaald gebied volgens een erkende en gecontroleerde werkwijze.
Op vleesgebied gaat het hier vaak om streekgebonden vleeswaren. Zo dragen de Belgische Ardennerham en Pâté gaumais (vleestaart) het keurmerk.
Bekend (misverstand) is in dat verband de Parmaham uit de omgeving Parma (Italië), die dus niet uit Nederland kan komen en evenmin van Nederlandse varkens gemaakt kan zijn.