
Eten moet lekker zijn. Als voeding niet goed smaakt, zal de consument er niet van genieten en het product niet snel nog eens kopen.
Maar genieten is meer dan smaak. Alle zintuigen doen mee. Zo wordt meer genoten als het bord mooi opgemaakt is en met rustige muziek. Een groot deel van de smaakervaring wordt geprikkeld door geuren die de eetlust opwekken. De structuur van het eten speelt ook een rol. Chips moeten kraken; crème brûlée heeft na het krokante bovenlaagje vooral een romig mondgevoel, net als pudding; en vlees heeft natuurlijk ook een unieke bite.
Genieten van voedsel wordt als totaalervaring steeds belangrijker gevonden.
Een voorbeeld van een totaalconcept is de ‘High Tea’ met een variatie van zoete en hartige hapjes in een gezellige en sfeervolle ambiance met vrienden. Met arrangementen speelt de horeca in op de trend van het genieten. Behalve dat het lekker moet zijn, spelen aankleding, beleving en service dus een rol.
In de supermarkt is de trend van het willen genieten terug te zien in het scala aan luxe producten. Vooral feestdagen als Kerstmis en Pasen zijn aanleiding om extra van maaltijden te genieten. Grote groepen consumenten willen verleid en verrast worden. Zo groeit de aandacht voor ‘keukens’ die niet alleen nieuwe smaken bieden maar ook nieuwe ervaringen. Denk aan Chinese wokrestaurants en het thuis op originele wijze bereiden van sushi en het eten ervan met stokjes.
Uit onderzoek blijkt de behoefte van consumenten aan het willen kunnen genieten van voeding mondiaal de belangrijkste bron voor innovatie in ‘food’.
In Nederland was er in 2008 een explosieve stijging (+50%) van het aantal concepten dat inspeelde op de trend genieten. Soms botst dat met andere aspecten die belangrijk worden gevonden, zoals gezondheid. Producenten proberen daarom ook zoveel mogelijk gezonde én lekkere producten te maken. Bij producten met minder vet is dit soms moeilijk, de romige smaak en mondgevoel moeten worden gecompenseerd. Producten met minder suiker zijn vaak verrijkt met zoetstoffen om smaak te behouden. De consument lost tegenstrijdigheden op door geregeld op gezondheid te letten maar af en toe een ‘genietmoment’ te nemen.
Wat betreft smaak neemt de laatste jaren de voorkeur naar zoet steeds meer toe en die van bitter af. Al blijft smaak natuurlijk grotendeels persoonsgebonden, evenals het al dan niet genieten.