
Een trend in de vleesconsumptie is de aandacht voor de zogeheten duurzaamheid (verduurzaming). Door de groeiende bevolking is er steeds meer vraag naar voedsel en dus naar vlees. Natuurlijke bronnen zijn echter niet oneindig. Deze ontwikkeling doet mensen nadenken over manieren om zuiniger met grondstoffen om te gaan en zo de duurzaamheid te vergroten. (zie ook ons achtergronddossier Duurzaamheid)
In het bedrijfsleven is er steeds meer aandacht voor duurzaamheid, veelal gebaseerd op de drie dimensies: people, planet en profit. Door efficiënter en intensiever te werken wordt het milieu en de leefomgeving van mensen (people, planet) gespaard terwijl de kosten dalen wat ten goede komt aan de winst (profit).
Segmenten
De vleesconsumptie is wel in drie segmenten te verdelen: regulier vlees, biologisch vlees en daartussen het tussensegment (zie ook ons dossier marktconcepten). Dit laatste besteedt meer aandacht aan milieu en dierenwelzijn dan het reguliere aanbod, maar gaat minder ver dan de biologische productie (zie biologische trend). Zo zijn producten met het Beter Leven kenmerk van de Dierenbescherming een voorbeeld.
De laatste jaren verduurzaamt de reguliere sector en worden verschillen kleiner. Zo hebben supermarkten, boeren, voerbedrijven en vleesverwerkers de ambitie al het Nederlandse vlees uiterlijk in 2020 'duurzaam te willen produceren', te beginnen in Brabant. Ze hebben daartoe het Verbond van Den Bosch getekend.
De consumptie van duurzamere voeding zit langzaam in de lift. In aandelen van (alle) duurzamere voeding betreft het een groei van 2,75% in 2009 naar 3,55% van de voedselconsumptie in 2010. Vlees neemt ruim 9% van de duurzame(re) producten voor haar rekening. De omzet in duurzamer vlees steeg in 2010 met 42,0%. Dit is vooral terug te zien in supermarkten en speciaalzaken.
Uit onderzoek blijkt dat 40% van de consumenten duurzame producten belangrijk vindt. Veel mensen vinden het zoeken te veel tijd kosten, zien de verschillen niet of vinden het niet nodig. De hogere prijs is ook een reden om er van af te zien. De duurzamere consumptie is in 2010 met 30% toegenomen. Dit zou kunnen stijgen als producten beter zichtbaar en herkenbaar zouden zijn.
Circa 17% van de Nederlanders geeft aan duurzaam te eten. Een kwart zegt echter (helemaal) niet duurzaam te eten. Bijna de helft van de Nederlanders zegt het wel te willen. Meer algemene informatie is te vinden in het dossier Duurzaamheid.
Dierenwelzijn
Bij de vleesproductie wordt steeds meer rekening gehouden met dierenwelzijn. Producten worden ‘diervriendelijker’ genoemd als er tijdens de productie duidelijk meer aandacht aan is besteed. Dit kan bereikt worden met meer ruimte, meer daglicht, groepshuisvesting en/of afleidingsmaterialen.
Het marktaandeel van producten met extra aandacht voor dierenwelzijn steeg van 0,7% in 2008 tot 1,2% in 2009. In dat jaar is het convenant ‘Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten’ getekend door overheid, Dierenbescherming en een aantal brancheorganisaties om het aandeel van dit 'tussensegment' te laten toenemen. Meer informatie in het dossier Dierenwelzijn/Marktconcepten
Alternatieven
Circa 4,5% van de consumenten eet geen vlees (95,5% dus wel).
Deze eerste groep blijkt vooral te vinden in de steden en minder op het platteland.
Er zijn ook mensen die af en toe vlees eten, de ‘light of medium users’, afhankelijk van het aantal keren per week dat wel of geen vlees wordt gekozen.
Voor de groepen die geen of minder vlees eten zijn er alternatieven, zoals vleesvervangers. Eén op de drie huishoudens kiest wel eens voor deze variant op het menu. Beschouwd als marktaandeel binnen het vleessegment liggen deze producten op een aandeel van zo’n 1%.