De vleesconsumptie is in Nederland overwegend erg stabiel. Tegelijkertijd zijn (onderliggende) trends zichtbaar.
De interesse van consumenten ligt (vaak) op gezondheid, gemak of smaak, maar soms ook op traditioneel of innovatief. Voedingsmiddelen die eens hip waren kunnen opeens als ouderwets gezien worden. Producten die voorheen (gevoelsmatig) nog als gezond werden beschouwd, zijn dat door nieuwe kennis en inzichten nu misschien niet meer.
Er zijn tal van (maatschappelijke) ontwikkelingen rond de consumptie van vlees, zoals rond de zorg voor duurzaamheid (milieu en dierenwelzijn). Zo'n (blijvende) ontwikkeling wordt een trend genoemd; als die tijdelijk is en niet doorzet spreken we van een hype.
Er wordt veel onderzoek gedaan naar ontwikkelingen in de voeding.
Zo stel het LEI (Landbouw Economisch Instituut, dat de consument de volgende voedselwaardes het belangrijkst vindt: gezondheid, smaak en betaalbaarheid. Andere waardes zijn dierenwelzijn, milieu, rechtvaardigheid en ambachtelijkheid.
Uit onderzoek blijken trends amper terug te zien in aankoopgedrag.
De consument heeft interesse voor een thema, maar kopen is iets anders. Soms komt dit omdat waarden met elkaar in conflict zijn. Zo wil de consument vaak niet (te) veel geld besteden aan boodschappen, en laat deze het duurdere biologisch vlees liggen terwijl dit misschien de voorkeur heeft. Een andere verklaring is, dat mensen op de ‘automatische piloot’ boodschappen doen. Voeding is alledaags en gaat dus samen met gewoontegedrag.
Consumenten verschillen in leeftijd, opleiding en gezinssituatie en kunnen ingedeeld worden. Ze variëren ook sterk in welke mate zij meegaan met nieuwe trends of vasthouden aan traditie. Onderstaand een gangbare manier om consumenten in te delen:.
Innovators zoeken het nieuwste en zullen als eerste een ‘exotisch’ gerecht proberen. Dit is een kleine groep van circa 2,5% van de consumenten.
De early adaptors vormen een grotere groep van zo’n 13,5% van de consumenten. Deze groep is ook wel uit op nieuwe dingen en volgt de innovators.
De early majority (vroege meerderheid) is geneigd redelijk snel mee te gaan in een trend en bevat net als de late majority (late meerderheid) ongeveer 34 % van de consumenten. De late majority bestaat uit een groep consumenten die meer afwachtend is. Pas als een product redelijk algemeen geworden is schaffen zij het ook aan.
Laggards (achterblijvers) zijn zo’n 16 % van de bevolking. Zij wachten het langst voor ze meegaan met een trend en zijn het meest behoudend.
Een andere verdeling onder consumenten rond vlees is die van vleesminnaars, vleesminderaars en vleesmijders. De laatsten doen vlees in de ban en vormen veruit de kleinste groep (4%). Minderaars vormen een middengroep (70%) die zeer regelmatig vlees eet maar niet elke dag (medium tot heavy users). Vleesminnaars zijn mensen (26,5%) die vaak vlees eten (heavy users) en dit als belangrijk zien.

Kwantitatief is de Nederlandse vleesconsumptie al jaren stabiel rond de 43 kg per persoon. De consumptie van varkens- en rundvlees is in 2010 licht toegenomen. Voor zover de prijs (sterk) bepalend is: door stijgende grondstofprijzen kunnen de vleesprijzen onder druk komen. Ondertussen zijn er niettemin trends te signaleren, die onderliggend (meer kwalitatief) van invloed zijn op de vleesconsumptie. Een overzicht.
De tijd die mensen besteden aan koken daalt. Gemaksproducten (convenience) zoals kant-en-klaar maaltijden en voorbewerkte producten zijn daarom alom aanwezig in supermarkten die inspelen op de trend van het gemak.
Omdat de consument (gemakshalve) ook buiten de deur eet, zijn trends terug te zien in de horeca. Een andere vorm van ‘gemak’ is het (online) bestellen of afhalen van maaltijden.
Verder wordt in toenemende mate waarde gehecht aan smaak en het meer bewust ervaren van voedsel: aan het genieten. Eten is een ervaring van alle zintuigen: proeven, ruiken, voelen (textuur), zien en horen.
De gezondheid wordt als essentieel gezien voor goed leven en gezonde voeding wordt steeds meer gezien als voorwaarde. Producten met minder verzadigde vetten en/of meer vitaminen en mineralen worden als gezond beschouwd en winnen terrein.
Onderliggende aspecten van de vleesconsumptie veranderen.
Zo heeft duurzaamheid zich tot een aandachtspunt ontwikkeld, waar zo’n beetje alles toe gerekend wordt wat van doen heeft met het maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Een aantal bewegingen is hieraan verwant, zoals de productie van biologisch vlees met een streven naar extra aandacht voor dier en milieu Als het gaat om trends in de vleesconsumptie wordt dierenwelzijn ook wel geschaard onder ‘duurzaamheid’. De consument zegt het belangrijk te vinden, dat vlees wordt geproduceerd met genoeg aandacht voor dierenwelzijn, zo min mogelijk stress voor de dieren en met voldoende bewegingsruimte.
Een andere trend is de opkomst van streekproducten, die regionaal geproduceerd en afgezet worden en waarin veelal een aantal trends wordt gecombineerd, maar dan wel dicht bij huis.
Bronnen