5 recente vragen

Dossiers

Intro

In alle bedrijfstakken speelt de maatschappelijke opdracht voor het verder verduurzamen van de productie. Dat geldt ook voor het houden van vee en de productie van vlees.

De vleesveestapel benut natuurlijke grondstoffen. Als dat plantaardige (voer) of fossiele stoffen (energie) betreft, zijn die niet onuitputtelijk. Het houden van dieren en het verwerken tot vlees leggen een zekere druk op het milieu.

Willen we generaties na ons dezelfde mogelijkheden bieden, dan moeten diverse vraagstukken onder ogen worden gezien en oplossingen worden gevonden. Dat is wat onder de noemer van verduurzaming van de productie momenteel op brede schaal in de Nederlandse vee- en vleessector gebeurt. 

Naar boven

Wat is verduurzaming ?

Vlees wordt overwegend als erg lekker ervaren en heeft bovendien een hoge voedingswaarde. Wereldwijd willen mensen vlees eten; zeker als de welvaart toeneemt, wat in een aantal grote economieën buiten de EU het geval is. De vraag voor komende jaren is hoe met de beschikbare natuurlijke bronnen de groeiende wereldbevolking verantwoord kan worden gevoed.

De Nederlandse vee- en vleessector besteedt veel aandacht aan een duurzame productie. Dat gaat over het bewust, en dus zuinig en efficiënt omgaan met natuurlijke grondstoffen, zoals water, de bodem en energie, maar ook met het milieu en met het dier dat centraal staat in de productie van vlees. Mede daarom wordt dierenwelzijn vaak ook meegenomen als aspect van een duurzame productie.

Zie ook het Maatschappelijk Jaarverslag van de NL Vleessector

Naar boven

Wat is het?

Duurzaamheid is een containerbegrip. De VN definieert het als ‘het voorzien in behoeften van de huidige generatie, zonder het vermogen aan te tasten om te kunnen voorzien in behoeften van de volgende generaties.’ Kortom: we bewaren wat voor later.

Het gaat om het zo inrichten van de productieketen (van vlees) dat minder of liefst geen afwenteling plaatsvindt. Dat betekent beperking van het belasten van het milieu, zuinig zijn op natuurlijke hulpbronnen zoals bodems, ecosystemen en delfstoffen. Verder wordt veelal meegenomen de zorg voor het (welzijn van het) dier.
Het streven naar verduurzaming wordt veelal uitgedrukt in de 3 P’s: People, Profit en Planet.

Naar boven

Actuele situatie Nederland

Uitputting van de natuurlijke grondstoffen is een wereldwijd vraagstuk.
Nederland kan dat niet alleen op de schouders nemen, maar neemt wel een eigen verantwoordelijkheid. Zo zijn we ons al erg bewust van de situatie. En we meten nauwgezet de vorderingen in eigen land.

Nederlandse overheidsdiensten bekijken de stand van zaken aan de hand van de zogeheten duurzaamheidsmonitors. Zo is er de Monitor Duurzaam Nederland 2009 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP).

De ontwikkelingen in Nederland worden als ‘gunstig’ bestempeld, Dan gaat het om ‘psychologische’ omstandigheden als de algemene gezondheid, het opleidingsniveau en het vertrouwen. De belangrijkste meer ‘fysische’ problemen spelen mondiaal, zoals het klimaat, de biodiversiteit en uitputting van grondstoffen. En daar zitten vraagstukken rond het houden van vee en de productie van vlees.

Nederland legt een zeker beslag op de hulpbronnen. Toch is 'ons' aandeel maar gering. Zo benut Nederland maar 2% van de totale sojaproductie in Zuid Amerika.
Dat neemt niet weg dat duurzame productie blijvende aandacht vergt. Duurzame productie is ook geen verdienste, maar een maatschappelijke randvoorwaarde voor het houden van vee voor de productie van vlees.

Naar boven

Veehouderij, drie P’s én een A

Wat betreft de veehouderij vindt het streven naar verdere verduurzaming z’n weerslag in integrale ketensystemen met als uitgangspunt de goede zorg voor de dieren en aandacht voor de 3P’s.
Dat zijn houderijsystemen, die goed zijn voor People, Planet, Profit &  Animal. Dat betekent ‘een veehouderij die met behoud van haar concurrentiekracht, produceert met respect voor mens, dier en milieu en omgeving en aandacht heeft voor effecten elders in de wereld’.
Nederland gaat in dat licht naar behoren voorop bij het verder verduurzamen van productieprocessen, in de vorm van ketengerichte initiatieven.

De landbouw- (en tuinbouw)sector heeft met de overheid en marktpartijen (FNLI, Nevedi en Vereniging Platform Hout) het convenant ‘Schone en zuinige Agrosectoren’ opgezet. Hierin heeft de sector zich geconformeerd aan concrete doelstellingen voor 2020, zoals: 
- 2% energiebesparing per jaar.
- 30% broeikasgasreductie 
- 200 Petajoule duurzame energie; uit co-vergisting van mest, vergisting van reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie, windenergie

Overheid en bedrijfsleven hebben ondertussen hun gezamenlijke streven naar verdere verduurzaming van de productie vastgelegd in  het convenant ‘Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij’.
Hierin werken het ministerie van LNV en het IPO (provincies) samen met diverse partijen uit de sector (LTO (veehouderij), COV (vlees), NZO (zuivel), Nevedi (diervoer) en Rabobank en NGO’s (Dierenbescherming, Natuur en Milieu).
Zo liggen er breed gedragen afspraken rond het borgen van het proces naar verdere verduurzaming van de  veehouderij in 2023. 

Tot slot wordt nog door de hele sector samen gewerkt binnen het Platform Verduurzaming Voedsel. Met het ministerie van LNV werken hier vijf partijen samen: ZLTO (agrarische producenten), FNLI (levensmiddelenindustrie), CBL (Supermarkten) KHN (Horeca) en Veneca (Catering).

Ook de wetenschap en het onderwijsveld laten zich niet onbetuigd.
Kennis- en onderwijsinstelling Wageningen UR heeft met maatschappelijke en agrarische organisaties systemen voor integraal duurzame veehouderij ontwikkeld.  Zo bestaat er bijvoorbeeld voor de:
- voor de varkenssector: Varkansen en Comfort Class stallen; en
- voor de rundersector: Kracht van Koeien en Courage.

Naar boven

Voorbeelden

Een vleesproducent heeft duurzaamheid centraal gesteld door samen te werken met verwante bedrijven. De bedrijven zijn op één lokatie gevestigd en met leidingen verbonden. Zij leveren elkaar grondstoffen, energie en halffabrikaten. Zo besparen zij transport, tijd, grond- en hulpstoffen en ontzien het milieu. In de praktijk besparen zij op energie en verminderen de uitstoot van CO2. Tenslotte beperken ze productie-verliezen, benutten ze bijproducten en verwerken restprodcuten en afval.

Naar boven

Dierlijke vetten

Dierlijke vetten zijn goed bruikbaar als biobrandstof voor het winnen van energie. Elektriciteitscentrales hebben dit potentieel inmiddels ontdekt. Opwekking van energie in scheepsmotoren (groene energie) dan wel in (vracht)auto’s – als biodiesel - zal de komende jaren aan belang winnen.
Dierlijk vet is een goede grondstof voor biodiesel en draagt zo bij aan het verder verminderen van de uitstoot van broeikasgassen.

Ook wordt biogas gewonnen uit natte reststromen van dierlijke vetten, die worden samengevoegd met andere organische reststromen uit de agrarische sector en de voedingsmiddelenketen. Dit proces heet co-vergisting. Vrijkomend biogas wordt ingezet voor de opwekking van energie.

Naar boven

Nieuws

Marktleider in kalfsvlees scoort in MVO

De Nederlandse (internationale) marktleider in kalfsvlees oogst lof op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Bij een...

Lees meer
Verhogen slachtleeftijd is niet duurzaam

Consumenten kopen vlees op prijs, presentatie, gebruiksgemak en gezondheid. Veel onderwerpen rond de productie, zoals de slachtleeftjd,...

Lees meer

Naar boven

Vlees in beeld

Uitgelicht

Invriezen en ontdooien: een koud kunstje

Lees meer