5 recente vragen

Dossiers

Voetafdruk (vlees)veehouderij

Het houden van vee doet een beroep op het milieu en draagt bij aan het broeikaseffect. Het laat sporen achter op de natuurlijke bronnen en heeft effect op de omgeving: dit wordt uitgedrukt in de ‘carbon footprint’.
Het dier eet voer en produceert mest.
Omgezet in cijfers zegt dit iets over de bijdrage aan het broeikaseffect.
Zo is de totale landbouwsector goed voor 4% van alle CO
2 emissie.
De Nederlandse veehouderij en de vleessector zijn zich bewust van de milieudruk en werken continu aan het waar mogelijk beperken ervan.

Naar boven

Wat is de Carbon Footprint?

Alle productiesectoren dragen bij aan het broeikaseffect, dus ook de vee- en vleessector. Om dit concreet te maken is een maatstaf van de invloed op het milieu aangelegd.
Deze zogeheten voetafdruk (Carbon Footprint) is bedoeld om de invloed van personen, organisaties of producten aan het broeikaseffect in beeld te brengen. Meten is weten en op grond van informatie kan de bijdrage van de vee- en vleessector worden benoemd en met concrete doelen verder worden beperkt.

Naar boven

Achtergrond en thema‘s

Het broeikaseffect ontstaat door een toename van gassen in de atmosfeer.
Dat kan zijn kooldioxide oftewel CO2, maar zeker ook andere gassen. Door de uitstoot van gassen kan bepaalde straling de dampkring nog wel binnen komen, maar kan andere straling de dampkring moeilijker verlaten. Zo ontstaat in de atmosfeer een deken van gassen, die werken als broeikas en bijdragen aan de opwarming van de aarde.

De concentratie CO2 in de lucht is sinds de Industriële Revolutie toegenomen. Zo’n 10.000 jaar lang schommelde de koolstofdioxideconcentratie op aarde rond de 275 parts per million (ppm). Sinds de grootschalige industrialisering in de tweede helft van de twintigste eeuw is een versnelling opgetreden tot de huidige waarde (anno 2010) in de atmosfeer van 390 ppm. 

Om in beeld te krijgen wat specifiek bijdraagt aan het broeikaseffect is in de jaren 90 de methode van de voetafdruk geïntroduceerd. De berekeningen betreffen niet alleen de gehaltes kooldioxide (CO2).
Andere gassen, zoals methaan, lachgas en fluorverbindingen spelen een belangrijkere rol. Het effect van methaan (CH4) is 24 maal groter dan kooldioxide en van lachgas (N2O) zelfs 296 maal zo sterk.
Om het broeikaseffect uit te rekenen worden emissies van methaan en lachgas toch ‘teruggerekend’ in termen van ‘CO2 equivalenten’.

Alle productiesectoren hebben emissies en dragen bij aan het broeikaseffect.
In 2006 bedroeg de emissie in Nederland 216 Mton CO2-equivalenten.
De hele landbouwsector (tuinbouw, akkerbouw en veeteelt) was goed voor een aandeel daarin van 9 Mton (4%). Veel uitstoot komt dus van elders.

Naar boven

Toerekenen: LULUC

Het toerekenen naar de bijdrage van sectoren aan het broeikaseffect is lastig.
Een gangbare methode is de ‘Land Use and Land Use Conversion’ (LULUC).
Als natuurgebieden worden omgezet in landbouw, zoals met de boskap in Brazilië, treden processen op die extra broeikasgaseffect veroorzaken.
Er zijn nog maar weinig methodes om emissie bevredigend toe te rekenen aan specifieke gewassen.
De sector werkt samen met de WUR aan een (EU) standaard voor een uniforme rekenmethodologie en een database voor alle grondstoffen en systemen/processen.

Naar boven

Thema: Sojaproductie

De sojaproductie in Zuid Amerika (Brazilië) is in aanleg gericht op het winnen van sojaolie: de meest benutte plantaardige olie ter wereld.
Die productie levert een voor mensen niet verteerbaar bijproduct op: de sojaschroot.
Dit wordt effectief benut voor veevoer en is als zodanig een belangrijke bron van plantaardig eiwit. Omdat veel soja in Zuid Amerika verbouwd wordt, draagt dit vanuit LULUC een bijdrage aan de footprint.

Bij het toerekenen naar ‘vee en vlees’ van de footprint van de sojaproductie moet een uitsplitsing worden gemaakt naar het doelgebruik als sojaolie (circa één derde deel, hogere handelswaarde) en de duurzame verwerking via het diervoer van de sojaschroot (tweederde deel, lagere handelswaarde) naar de veehouderij in casu de vleesproductie.
Inmiddels heeft het LEI becijferd dat Nederland zo'n 2% benut van de totale Zuid Amerikaanse sojaproductie, nog onder te verdelen naar producten die van de sojaolie worden gemaakt en de schroot die via het veevoer voor bijvoorbeeld de vleesproductie wordt benut. 
Hoe het ook exact zij: als varkens die sojaresten niet zouden omzetten in het hoogwaardige voedingsmiddel vlees, dan zou de olie pas echt duur worden betaald...

Naar boven

Grafiek 1, Omvang broeikasgaseffect

De grafiek geeft inzicht in de omvang van het broeikasgaseffect van een proces of activiteit.
Of dit nu één kilometer rijden met de auto, een kop koffie, een kilo tomaten of een kilo vlees betreft:

Naar boven

Grafiek 2, Broeikaseffect en voedingswaarde

Voor levensmiddelen kan gekeken worden naar het broeikaseffect op basis van voedingswaarde.
Elk product heeft een footprint en tegelijk heeft iedereen voeding nodig.
De Carbon Footprint kan dus ook op basis van MJ voedingswaarde worden bepaald. 

Naar boven

Thema: Dierenwelzijn en verduurzaming

De ‘Carbon Footprint’ gaat over de mate waarin productie- of bedrijfsprocessen bijdragen aan het broeikaseffect door de uitstoot van broeikasgassen.
In het hoofddossiers ‘Duurzaamheid’ is aangegeven dat ‘dierenwelzijn’ een aspect kan zijn binnen het brede thema duurzaamheid, zoals bijvoorbeeld het Nederlandse ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie dat doet.
Wat goed zou kunnen zijn voor het welzijn van het dier is niet altijd te verkiezen voor het milieu. Dierenwelzijn en duurzaamheid kunnen op gespannen voet met elkaar kunnen staan. Sterker. Het verder verhogen van het dierenwelzijn heeft vaak nadelige effecten op de ‘footprint’ en dus het broeikaseffect.

Als voor de rundveehouderij bijvoorbeeld weidegang wordt gestimuleerd, kan dat (bij mooi weer) weliswaar een keuze betekenen voor het welzijn van de dieren, maar dat is het niet voor het milieu en het broeikaseffect.
Voor de varkenssector is een keuze voor meer dierenwelzijn evenmin goed voor het milieu. Biologisch is minder duurzaam dan regulier. Het broeikaseffect voor regulier Nederlands varkensvlees ligt op 3,6 CO2 equivalent per kilogram vlees, terwijl de uitstoot voor het Nederlandse biologische varkensvlees zo’n 20% hoger is en in deze eenheid uitkomt op 4,3.

Naar boven

Nederlandse reguliere varken meest duurzaam

Nederland is geen eiland en staat niet los van de rest van de wereld.
De bijdrage van Nederland aan de Carbon Footprint is erg beperkt. Zelfs als we de cijfers van ‘het rijke westen’ (Noord Amerika en Europa) optellen, is de voetafdruk en de bijdrage aan de broeikasemissie nog relatief.
Zo komt 40% van de melkproductie (basis voor rundveehouderij) in de wereld uit Noord Amerika en Europa en is de uitstoot uit deze continenten zo’n 20%. Zuid Amerika, Afrika en Azië hebben samen zo’n 47% van alle melkproductie in de wereld met een emissiepercentage van 66%.
De continenten Zuid Amerika, Afrika en Azië zijn met name met hun grote (extensief, buiten gehouden) veestapels dus een bron voor het gebruik van veel landbouwgrond en voor veel uitstoot van emissiegassen.

Zelfs het halveren van de vleesconsumptie door ‘het westen’ zou maar beperkt bijdragen aan effectieve terugdringing. Beperking van het broeikaseffect wordt gerealiseerd als de zuidelijke en oostelijke continenten een omslag weten te bewerkstelligen in hun grondstofgebruik en hun wijze van produceren. En juist daar zitten groei economieën waarvan mag worden verwacht dat de welvaart van de bevolking en de vleesconsumptie zullen gaan stijgen.
Europa en Noord Amerika kunnen ten aanzien van het mondiale vraagstuk van de Carbon Footprint vooral als voorbeeld dienen, het bewustzijn rond diverse vraagstukken vergroten en kennis uitdragen en exporteren over milieuvriendelijker systemen voor het houden van vee.

Ondertussen ontwikkelt in Nederland de Wageningen Universiteit (WUR) samen met de vee- en vleessector systemen die waar mogelijk uitgaan van integrale duurzaamheid. Zo wordt in alle onderdelen van de bedrijfsvoering en in de hele keten gewerkt aan een (lagere) CO2 uitstoot.
Een voorbeeld is het innovatieproject Varkansen. Hier is gezocht naar het verder verkleinen van de footprint. Het idee voorziet in het verwerken van voedselresten en het maximaal terugwinnen van mineralen en energie door hergebruik van warmte en onmiddellijke scheiding van mest en urine via een varkenstoilet.

En ondertussen heeft een instelling als Milieukeur (eind 2009) al meer dan 1300 certificaten verstrekt voor de bouw van duurzame stallen. Dit richt zich naar criteria van de Maatlat Duurzame Veehouderij, waarbij is samengewerkt met de WUR en waarin opgenomen zijn zaken als een emissiereducerend systeem en energiebesparing of opwekking. Van die 1300 plannen zijn er ruim 450 opgeleverd en zijn de overige in aanbouw.

De CO2 concentratie is de laatste decennia gestegen.
De kunst is de footprint van de veehouderij als geheel of van elk afzonderlijk bedrijf zo laag mogelijk te krijgen. Alle schakels in de Nederlandse vee- en vleesketen zijn zich bewust van de Carbon Footprint en werken daar aan.
De diervoersector is bezig voer te produceren met een zo laag mogelijke milieubelasting.
De veehouderij neemt haar verantwoordelijkheid met nieuwe (integraal) duurzame stalsystemen en het vergisten van mest.
De vleessector werkt aan het verder doen verminderen van het energieverbruik en het zo duurzaam mogelijk verwaarden van producten. Zo blijft van een varken nagenoeg geen enkel deel onbenut, ook voor doeleinden buiten het vlees.
Zo is het in Nederland regulier gehouden en verwerkte varken al zo’n beetje het meest duurzame dier ter wereld.

Naar boven

Nieuws

Consument wil lagere CO2 footprint

De helft van Nederland meent dat broeikasgas-emissies leiden tot klimaatverandering; één op de tien mensen is zeer bezorgd. Dit blijkt uit...

Lees meer
Insecten goede en milieuvriendelijke bron voor veevoer

Insecten kunnen fungeren als goedkope voedingsbodem voor varkensvoer. Als diervoerproducenten meer gebruik zouden maken van insectenmeel...

Lees meer

Naar boven

Vlees in beeld

Uitgelicht

Invriezen en ontdooien: een koud kunstje

Lees meer