5 recente vragen

Dossiers

Diervoer GMO's | Vooruitgang met grenzen

GMO staat voor Genetisch Veranderd Organisme (of genetisch gemodificeerd organisme, GGO). Dat wil zeggen dat een bacterie, plant of dier via een directe verandering van één of meerdere genen een extra eigenschap heeft gekregen.

GMO's zijn niet meer weg te denken uit het dagelijks leven. Medicijnen, wasmiddelen en levensmiddelen worden geproduceerd met hulp van de kennis en de toepassingsmogelijkheden van de genetica. 
Bij de productie van voedingsmiddelen zoals vlees gaat het met name om GMO’s in het diervoeder. Voor de specifieke kwaliteit of eigenschappen van het vlees hebben deze geen invloed. Rechtstreeks genetisch aanpassen van dieren is bij de prodcutie van vlees niet aan de orde.

Naar boven

Wat is het

De basis voor het kweken (bij planten) is in de 19e eeuw gelegd door de Oostenrijkse priester Gregor Mendel. Hij kruiste en selecteerde erwten met diverse kleuren. Nog steeds worden door kruising nieuwe plantenrassen gekweekt.
Onderzoek en techniek zijn niet gestopt na de ontdekkingen van broeder Mendel. Inmiddels is beter bekend waarom de bloemetjes van de erwten rood, roze of wit worden. Tegenwoordig kunnen de gewenste genen vrij nauwkeurig worden overgebracht door genetische modificatie in een laboratorium, dus ook eigenschappen die van nature niet in de plant aanwezig zijn.

De techniek van genetische verandering wordt niet alom gewaardeerd.
Tegenstanders zijn bang voor onomkeerbare risico's, of zijn principieel tegen deze manier van ingrijpen in de genetica van organismen.
Voorstanders wijzen op de veel snellere, en baanbrekende vooruitgang dan met de traditionele kweekmethodes mogelijk is.
Om zorgvuldigheid te waarborgen geldt altijd een toetsing op veiligheid door onafhankelijke instituten.

Naar boven

Toename GMO-gewassen

De productie van genetisch veranderde gewassen (GMO’s) is in 15 jaar wereldwijd in hoog tempo gestegen. In 1995 was de verbouw van GMO-gewassen nog vrijwel nihil, maar inmiddels wordt wereldwijd ongeveer 140 miljoen hectare geteeld met dergelijke gewassen.
In hoofdzaak gaat het om soja, maïs en katoen, waarvan producten in diervoer worden gebruikt.
GMO-technieken worden niet alleen gebruikt in de plantenteelt, maar worden ook ingezet in de voedselproductie.

Naar boven

Wereld van twee snelheden

In Europa heeft GMO een andere klank bij consumenten en producenten dan in andere delen van de wereld. Dit is een reden waardoor in Europa slechts een minimaal areaal GMO-gewassen wordt geteeld, eigenlijk alleen zo'n 100.000 hectare maïs.

Buiten Europa is de situatie heel anders en zien telers duidelijke voordelen voor het gebruik van gewassen met verbeterde genetische eigenschappen. Het gaat internationaal in totaal om zo'n 140 miljoen hectare. Dat is 10% van de totale oppervlakte landbouwgrond.
Bovenaan staat de Verenigde Staten waar ongeveer 65 miljoen hectare wordt geteeld met GMO-gewassen. In hoofdzaak betreft het soja, maïs, katoen en koolzaad.
Vervolgens komen Argentinië en Brazilië met 21 en 16 miljoen hectare aan soja, maïs en katoen. Op een gedeelde vierde plaats qua areaal staan India en Canada. De toename in India is per jaar momenteel meer dan 20%.
Ook China voorziet een sterke stijging van het areaal GMO-gewassen om in de voedselbehoefte te voorzien.

De laatste tien jaar is (elders) sprake van een bijna 80-voudige groei in de teelt van GMO gewassen, vooral kleinere boeren. Dit is een teken dat akkerbouwers voordeel zien van verder verbeterde gewaseigenschappen, zoals resistentie tegen een onkruidbestrijdingsmiddel (RoundUp/Glysofaat) en insectenvraat.

Bij soja is vooral de onkruidbestrijding van belang. Anders dan in Nederland wordt voorafgaand aan de sojateelt de grond niet geploegd. Dit bespaart veel brandstof en het voorkomt bodemerosie (wegwaaien of wegspoelen). Nadeel van deze werkwijze is, dat de kleine sojaplantjes worden overwoekerd door onkruid. Dat wordt chemisch bestreden. Door de sojaplant genetisch resistent te maken tegen Round-Up, kan de teler volstaan met minder chemische bestrijdingsmiddelen.

Bij maïs en katoen wordt veelal een gen benut dat zorgt dat de plant zelf een afweerstof produceert tegen (rupsen van) insecten. Dit gen komt uit een bacterie die dit van nature produceert. Door deze toepassing kan fors worden bespaard op risicovolle chemische bestrijdingsmiddelen, die vooral voor kleinere boeren moeilijk te gebruiken zijn.

Naar boven

Situatie in Nederland en Europa

Het GMO-beleid voor diervoeders is vrijwel geheel op Europees niveau vastgelegd. Wel is er verschil in politieke en maatschappelijke acceptatie tussen en binnen de lidstaten. In Nederland komt het voor dat de regering positief is over toelating van goedgekeurde en veilig bevonden gewassen, terwijl de Tweede Kamer meer terughoudendheid wil.

Door de enorme toename in de afgelopen jaren bij de teelt van soja en maïs in de rest van de wereld, is het ook in Europa vrijwel onmogelijk om nog volledig GMO-vrij diervoeder te gebruiken.
Ook in andere voedingsmiddelen is het steeds moeilijker om 100% GMO-vrije producten te gebruiken. Aangezien de teelt van GMO-gewassen in de meeste gevallen duidelijk een lagere kostprijs geeft, moet voor GMO-vrije producten meer worden betaald. Ook het strikt gescheiden houden van beide stromen wordt steeds moeilijker en is kostprijs verhogend.

De Europese Unie is terughoudend bij de toelating van GMO-gewassen.
Dat komt met name door politieke tegenstand in een aantal grote lidstaten, zoals Duitsland, Frankrijk, Hongarije en Oostenrijk. Hierdoor kunnen de meeste GMO-gewassen hier niet worden geteeld.
Een GMO-gewas dat geen officiële goedkeuring heeft in Europa, mag ook niet worden ingevoerd. Voor de Europese voedselvoorziening is dat (nu nog) niet onoverkomelijk. Wel is duidelijk dat de teelt van verbeterde gewassen in de rest van de wereld in groot tempo doorgaat.

Naar boven

Nultolerantie

Voor niet-goedgekeurde producten geldt in Europa momentel een nultolerantie.
Dat wil zeggen, er mag geen enkel stofdeeltje worden ingevoerd. Langzamerhand begint dat tot discussie te leiden want in de praktijk is het amper te vermijden dat bij de oogst of het transport minimale resten achterblijven van andere gewassoorten, zoals GMO-maïs. Als een schip met gewone soja van de VS naar de EU komt, dan kan versleping bij controle aan het licht komen. In 2009 leidde dat tot terugsturen van ladingen soja, waardoor Europese importeurs voorzichtiger zijn geworden met aankoop.

Najaar 2009 bleven de Europese landbouwministers het oneens over toelating van GMO-producten en werd besluitvorming overgelaten aan de Europese Commissie.
Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) heeft berekend dat uitstel van de toelating met een half jaar, zou leiden tot een economisch verlies in Nederland van 100-200 miljoen euro. De schade zou vooral ontstaan bij de diervoer- en de levensmiddelenindustrie.
Komende jaren worden nieuwe GMO-variëteiten op de wereldmarkt gebracht. Soja-importeurs en producenten van levensmiddelen voorzien al tekorten van specifieke sojaproducten als toelating in Europa achter blijft.

Naar boven

Vlees in beeld

Uitgelicht

Over het Schmallenberg virus

Lees meer
Voor jongeren van 13 - 19 jaar