5 recente vragen

Dossiers

Diervoer Additieven | toegevoegde waarden

Additieven zijn toevoegingen aan diervoeders die worden gebruikt om de kwaliteit van het voer op bepaalde punten te verhogen.
De Europese Unie stelt hoge eisen aan additieven in diervoeders. De toevoegingen moeten goedgekeurd zijn door de overheid.

Naar boven

Wat is het

Additieven zijn toevoegmiddelen die eigenschappen van diervoeder kunnen beïnvloeden zoals geur, smaak en textuur, de houdbaarheid en de vertering.

Diervoeder wordt in eerste instantie geproduceerd met basisgrondstoffen zoals gras, maïs, zonnebloempitten, soja, granen en allerlei bijproducten uit de levensmiddelenindustrie. Van alle voedermiddelen is vrij nauwkeurig bekend wat de voederwaarde is en hoeveel mineralen, vitamines en andere nuttige stoffen het bevat.
Om zo nauwkeurig mogelijk aan te sluiten bij de behoefte van het dier, wordt gebruik gemaakt van individuele toevoegmiddelen (additieven). Deze kunnen ook eigenschappen van het voer beïnvloeden, zoals geur, smaak en textuur.
Andere voorbeelden zijn het verlengen van de houdbaarheid voor opname en vertering van diervoeding. Additieven worden gebruikt om de kwaliteit van diervoeder te verhogen.

Er zijn veel additieven beschikbaar.
Sporenelementen, mineralen, vitaminen, conserveringsmiddelen en bindmiddelen zijn enkele voorbeelden. Maar ook enzymen die zorgen, dat voedingsstoffen beter beschikbaar komen voor het dier.
Conserveringsmiddelen zorgen voor houdbaarheid bij opslag en transport. Verder kunnen smaakverbeterende stoffen worden toegevoegd.

In alle gevallen geldt dat de stoffen moeten voldoen aan wettelijke bepalingen. Veiligheid voor mens, dier en milieu is het uitgangspunt. Toelating van de producten is op EU-niveau geregeld. Daarnaast zorgen de producenten zelf voor certificering van de productie, handel en verwerking.

Naar boven

Soorten additieven

Additieven worden in vier hoofdcategorieën ingedeeld:

Technische additieven
Deze zorgen voor een betere houdbaarheid of verwerking van het voer, zoals conserveermiddelen, maar hebben geen directie invloed op de voederwaarde.

Sensorische additieven
Dit zijn smaak-, kleur- en geurstoffen die kunnen zorgen voor betere opname van het voer.

Nutritionele additieven
Deze additieven helpen bij het (verder) verbeteren van de voederwaarde. Denk aan vitamines, mineralen en sporenelementen.

Zoötechnische additieven
Deze verbeteren de diergezondheid meestal door het versterken van de darmflora.

Naar boven

Additievenlijst

1. Technologische additieven

a) conserveermiddelen: stoffen of micro-organismen, die voedermiddelen beschermen tegen bederf door micro-organismen of metabolieten (stof die bij de stofwisseling wordt gevormd) daarvan;

b) antioxidanten: stoffen die de houdbaarheid van diervoeders en voedermiddelen verlengen door deze te beschermen;

c) emulgatoren: stoffen die een homogene menging van twee of meer onmengbare fasen (vaste, vloeibare en gasvormig) in een voer mogelijk maken;

d) stabilisatoren: stoffen die het mogelijk maken de fysisch-chemische toestand van een diervoeder te handhaven;

e) verdikkingsmiddelen: stoffen die de viscositeit (stroperigheid) van een diervoeder vergroten;

f) geleermiddelen: stoffen die een diervoeder vorm geven door de vorming van een gel;

g) bindmiddelen: stoffen die de neiging van deeltjes van diervoeders om aan elkaar te kleven, vergroten;

h) stoffen om radionucleïde (straling) verontreiniging te bestrijden: stoffen die de absorptie van straling tegengaan of de afscheiding ervan bevorderen;

i) antiklontermiddelen: stoffen die de neiging van afzonderlijke levensmiddelendeeltjes om aan elkaar te kleven, verkleinen;

j) zuurteregelaars: stoffen die de pH van een diervoeder regelen;

k) inkuil toevoegingsmiddelen: stoffen, met inbegrip van enzymen of micro-organismen, die zijn bedoeld om de productie van kuilvoeder te verbeteren;

l) denatureermiddelen: stoffen waarmee de oorsprong van een specifiek levensmiddel of voedermiddel te achterhalen is.

2.Sensorische additieven

a) kleurstoffen
i) stoffen die kleur geven of kleur teruggeven aan voer;
ii) stoffen die een levensmiddel van dierlijke oorsprong kleur geven;
iii) stoffen die een gunstig effect hebben op de kleur van siervissen of -vogels.

b) aromatische stoffen: stoffen die de diervoeders geuriger en smakelijker maken.

3. Nutritionele additieven
a) vitaminen, provitaminen en chemisch duidelijk omschreven stoffen met een gelijkaardige werking;

b) verbindingen van sporenelementen;

c) aminozuren, de zouten en de analogen daarvan;

d) ureum en zijn derivaten.

4. Zoötechnische additieven
a) verteringsbevorderaars: stoffen die bij toediening aan dieren de verteerbaarheid van de voeding vergroten doordat zij op bepaalde voedermiddelen werken;

b) darmflorastabilisatoren: micro-organismen of andere, chemisch gedefinieerde stoffen, die bij toediening aan dieren een gunstig effect op de darmflora hebben;

c) stoffen met een gunstig effect op het milieu;

d) andere zoötechnische toevoegingsmiddelen

5. Coccidostatica en histomonostatica
Deze worden gebruikt voor de darmgezondheid van gevogelte.

Naar boven

Veiligheid en werkzaamheid

Door het internationale karakter van de productie en de verwerking van diervoederadditieven is toelating voor het gebruik Europees geregeld.

Om een product te mogen gebruiken moeten producenten dossiers overleggen waaruit blijkt dat het veilig is voor de gebruiker, voor de (vlees)consument, en ook voor het dier en het milieu. Bovendien moet worden aangetoond dat het middel werkzaam is. Dit dossier wordt beoordeeld door het Europese Voedsel Veiligheid Autoriteit (EFSA).
Om zo'n bewijs van veiligheid en werkzaamheid te kunnen overleggen moeten fabrikanten praktijkproeven (laten) uitvoeren. Dit is een langdurig en kostbaar proces waar een reeks verschillende tests voor moeten worden uitgevoerd.

Een additief krijgt alleen toelating voor specifieke toepassingen.
Voor andere doeleinden mag het niet worden gebruikt. Als een additief is toegelaten voor varkensvoer, mag het niet zomaar in rundveevoer worden gebruikt. Ook is de maximale dosis voor ieder product vastgelegd.

Producenten van additieven hebben zich op Europees niveau verenigd in de organisatie Fefana. Samen met de Europese toelatingsinstantie is een procedure ontwikkeld onder de naam FAMI-QS, European Feed Additives and PreMIxtures Quality System.

De Europese richtlijn 1831/2003 is het uitgangspunt voor toelating van alle additieven. Elke toevoeging voor diervoer moet daaraan voldoen. Na toelating wordt het openbaar gepubliceerd zodat transparantie is gewaarborgd.

Ook nadat een product een toelating heeft gekregen zal de fabrikant en de gebruiker moeten zorgen voor zorgvuldige productie, en verwerking in veevoer. Controle daarop gebeurt door externe certificerende instanties en overheden. Uiteindelijk zorgen deze maatregelen ervoor dat de consument kan vertrouwen op veilig en met zorg geproduceerd vlees.

Naar boven

Vlees in beeld

Uitgelicht

Over het Schmallenberg virus

Lees meer
Voor jongeren van 13 - 19 jaar