MRSA is een multiresistente bacterie die bij mensen infecties kan veroorzaken en moeilijk te behandelen is. Om MRSA-infecties zoveel mogelijk te voorkomen, voeren Nederlandse ziekenhuizen sinds de jaren 80 van de vorige eeuw een ‘search en destroy’ beleid.
Personen die tot een risicogroep behoren worden bij ziekenhuisopname gescreend op MRSA. Besmette mensen worden geïsoleerd behandeld. Daarom wordt deze variant ook wel ziekenhuisbacterie genoemd.
Sinds 2005 is in Nederland een nieuw type MRSA in opkomst, afkomstig uit de veeteelt (LA-MRSA). Mensen die door hun werk in contact komen met levende varkens en kalveren lopen een verhoogd risico op besmetting met deze variant.
Staphylococcus Aureus is een bacterie die veel voorkomt bij mensen.
MRSA is een specifiek soort Staphylococcus aureus en staat voor Methicilline Resistente. MRSA kan bij mens en dier voorkomen. Besmetting treedt meestal op door de lucht en contact via de huid.
Karakteristiek voor de MRSA is dat deze ongevoelig is voor bepaalde antibiotica.
Mensen en dieren hoeven zelf niet ziek te worden van deze bacteriën. Toch is MRSA-besmetting een probleem voor de gezondheidszorg, omdat het kan leiden tot infecties.
Aangezien MRSA niet gevoelig is voor een aantal antibiotica zijn deze infecties moeilijk te behandelen. Daarom zetten Nederlandse ziekenhuizen zich actief in om de verspreiding van MRSA binnen hun eigen muren zoveel mogelijk tegen te gaan en wordt MRSA ook wel ziekenhuisbacterie genoemd.

Op dit moment is nog relatief weinig bekend over de MRSA verspreiding in de veehouderij. Het antibioticumgebruik in de veehouderij zou aan de resistentie bijgedragen kunnen hebben. Aanleiding voor de veehouderij om een plan op te zetten en onderzoek uit te voeren om het antibioticagebruik actief te beperken. In de varkens- en kalfvleessector is een Masterplan Rationeel gebruik antibiotica ingevoerd.
Zie ook ons dossier: antibiotica
Verschillende kenniscentra en onderzoeksinstituten voor mens en dier, zoals de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en het RIVM (Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu), het Centraal Veterinair Instituut (CVI) van Wageningen Universiteit en Research Centre, het Erasmus Universitaire Medisch Centrum, de GD (Gezondheidsdienst voor dieren), het UMC (Universitair Medisch Centrum Utrecht) en de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) werken in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie samen om ontwikkelingen en oplossingen voor MRSA in kaart te brengen.
De Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) is bezig met een Europees onderzoek naar de gevolgen van MRSA op vlees. Op basis van de huidige gegevens blijkt dat MRSA op rauw vlees in beperkte mate kan voorkomen, maar dat consumenten veilig vlees kunnen bereiden en eten.
Onderzoekers in Nederland menen dat het beperken van het antibioticumgebruik een bijdrage kan leveren aan het bestrijden van de MRSA-bacterie in de veehouderij. De Nederlandse vee- en vleessector heeft in 2008 een convenant gesloten met de overheid om het gebruik van antibiotica in de Nederlandse bedrijven verder te beperken.
De Nederlandse varkensvleessector en kalfsvleessector hebben een aanvullend Masterplan Rationeel gebruik antibiotica opgesteld en ingevoerd.
MRSA komt ook voor in andere delen van Europa, Canada en de Verenigde Staten. Ook daar worden maatregelen getroffen om de bacterie te bestrijden. In Denemarken is het antibioticagebruik in de veehouderij fors teruggebracht; daar komt ook de MRSA-besmetting nu minder voor.
In de kalverhouderij is de LA-MRSA bacterie aangetroffen op 88% van de bedrijven. Hier bleek 27,5 % van de kalveren positief; 16% van de mensen die op een kalverhouderij wonen of werken is besmet met deze LA-MRSA.
In de varkenshouderij wordt MRSA vaker aangetroffen in de grootschalige bedrijven. Op 68,3% van de 202 onderzochte bedrijven werd LA-MRSA gevonden. Bij 14% van de mensen die op een varkenshouderij wonen of werken werd LA-MRSA aangetroffen.