Dieren kunnen ziek worden. In sommige gevallen zijn de aandoeningen of ziekteverschijnselen vergelijkbaar met die van mensen. Denk aan griep of koorts. Het is om diverse redenen niet wenselijk dat dieren ziek worden. Ze voelen zich minder goed en groeien minder.
Dierenartsen en veehouders benutten medicijnen om dieren te helpen herstellen. In het kwaliteitssysteem IKB is een lijst opgenomen van toegestane middelen.
Het uitgangspunt in de veehouderij is dat alles wordt gedaan om ziektes te voorkomen. Preventie van ziektes is dus belangrijk. De veehouder kan veel ziektes voorkomen door dieren onder goede omstandigheden te houden en hygiënisch te werken. Goed eten, hygiëne en een veilige omgeving zijn belangrijke voorwaarden voor een gezond leven.
Het garanderen van de voedselveiligheid is een van de speerpunten in de vleesketen. Dat begint bij de levende dieren.
Veel dierziektes hebben geen effect op de kwaliteit van het vlees. Wanneer dit wel het geval is, komt het vlees niet op de markt.
Dode dieren gaan dan naar een gespecialiseerd bedrijf om daar te worden vernietigd (destructie).
In Nederland zijn de eisen voor het houden van dieren vastgelegd in de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren.
De wet is bedoeld om dieren gezond te houden, het dierenwelzijn te garanderen en besmettelijke dierziekten te beheersen. De eisen gelden voor hygiëne, gezondheid, veiligheid, welzijn, milieu en voor het transport van de dieren.

Veehouders doen er alles aan om dierziekten te voorkomen.
Het is ook in hun belang om hun bedrijf te beschermen tegen het inslepen van ziektekiemen. Daarom zijn de bedrijven vaak afgesloten. Bezoekers moeten zich registreren, meestal verplicht douchen en speciale bedrijfskleding dragen.
Op bedrijven gelden speciale eisen voor hygiëne en reiniging en ontsmetting. Bedrijven worden gecontroleerd door de Gezondheidsdienst door Dieren (GD).
Dierenartsen en veehouders leggen vast welke onderzoeken en/of behandelingen zij op het bedrijf uitvoeren. Op deze manier is ook de hele gezondheidsgeschiedenis van de dieren bekend.
Zieke dieren hebben recht op een goede behandeling.
Diergeneesmiddelen zijn in de veehouderij onmisbaar. Medicijnen helpen de veehouder om de uitbraak van ziektes te beheersen en de gevolgen ervan te beperken.
De meeste diergeneesmiddelen worden curatief (als medicijn) gebruikt. Sommige kunnen echter ook preventief (uit voorzorg) worden ingezet. Alle middelen moeten veilig en van een hoge kwaliteit zijn.
Net als bij de humane geneesmiddelen zijn ook diergeneesmiddelen in diverse soorten en prijsklassen beschikbaar.
Het CBG (College ter Beoordeling van Geneesmiddelen) bewaakt nieuwe diergeneesmiddelen op hun werking èn op de risico’s voor het dier, zodat kwaliteit en veiligheid gegarandeerd zijn.
In het kwaliteitssysteem IKB is een lijst op genomen van de diergeneesmiddelen zijn zijn toegestaan.
Diergeneesmiddelen moeten zorgvuldig en terughoudend worden ingezet. In de veehouderij is in dat verband een belangrijke rol weggelegd voor de dierenarts.
In de Europese wetgeving is vastgelegd dat alle diergeneesmiddelen via de dierenarts moeten worden verstrekt. De uitzondering gelden de ‘veilige’ diergeneesmiddelen, die vrij gebruikt mogen worden, waarbij de dierenarts alleen adviseert.
Dit is te vergelijken met geneesmiddelen voor mensen die alleen op recept verkrijgbaar zijn of de ‘veilige’ geneesmiddelen die via de drogist te koop zijn.