‘Zonder transport staat alles stil’, stelt de Nederlandse transportsector, om haar belang onder de aandacht te brengen. In de productieketens van vlees geldt dat ook. Zonder goed vervoer tussen de diverse gespecialiseerde bedrijven in de keten komt er uiteindelijk geen vlees bij de consument op tafel. En omdat het in deze productieketen naast het vleestransport vooral gaat om het vervoer van levend vee, verdient het onderwerp ook speciale zorg en aandacht.
Inleiding
Mensen houden dieren om diverse redenen. Daarmee nemen ze zorg op zich en dragen ze verantwoordelijkheid voor een goede gezondheid en het welzijn van de dieren.
In de vee- en vleessector worden dieren gehouden vanwege de behoefte aan vlees bij de consument, Dat gebeurt op gespecialiseerde bedrijven. Zo is vervoer van dieren nodig van de bedrijven waar dieren geboren worden naar bedrijven waar ze verder opgroeien tot het uiteindelijke vervoer naar de slachterijen. Uiteindelijk is gekoeld vervoer van vlees nodig om het van de slachterij of verwerker via de super of slager bij de consument in de koelkast te kunnen krijgen.
Voor het vervoer van dieren (en vlees) gelden wettelijke regels.
Aanvullend heeft het bedrijfsleven zelf kwaliteitsregelingen in het leven geroepen met eisen op het gebied van goed en verantwoord vervoer van dieren. Het uitgangspunt daarbij zijn wetenschappelijke inzichten gecombineerd met de kennis van de praktijk. De uitgangspunten zijn dat transportmiddelen gecertificeerd zijn en de dieren fit to travel.
EU
De houder of vervoerder is verantwoordelijk voor de gezondheid en het welzijn van dieren. Dat is ook zijn belang, want gezonde dieren leveren uiteindelijk de beste kwaliteit vlees. Naast die eigen verantwoordelijkheid is het transport van landbouwhuisdieren gehouden aan (EU) regels, die met name gericht zijn op reisduur, rusttijden, beladingsgraad en de kwaliteit van het transportmiddel.
NL
Op zijn beurt kent de Nederlandse overheid aanvullende regelgeving rond de hygiëne in relatie tot het voorkomen van dierziekten of het mogelijkerwijs verspreiden daarvan. Ter bevordering van de diergezondheid worden hygiëne eisen gesteld aan veewagens, maar ook aan verzamelcentra.
Tenslotte heeft het Nederlandse bedrijfsleven zelf nog aanvullende eisen in kwaliteitsregelingen, met name op het gebied van welzijn tijdens het transport en rond de preventie van dierziekten.
Regelgeving
Wat de regelgeving betreft is de Europese transportverordening (1/2005) de basis waarop zaken zijn vastgelegd rond de reisduur, rusttijden en de beladingsgraad (aantal dieren op een wagen). Het gaat met name om het volgende:
De Europese Commissie werkt aan verdere verbetering rond de controle en handhaving, de samenwerking tussen de lidstaten en de harmonisatie van documenten. Met name vanwege het erkende verband tussen welzijn, diergezondheid en voedselveiligheid liggen er aandachtspunten:
Naast de vergunning voor het vervoersbedrijf regelt de EU verordening dat de mensen die de dieren vervoeren of laden en lossen persoonlijk ook een certificaat hebben voor de correcte omgang met dieren. Dit is verplicht en moet het resultaat zijn van een opleiding mét een bekwaamheidstoets.
Transportmiddelen (vrachtauto’s) zijn gecertificeerd en hebben een GPS systeem voor lange afstandstransporten, zodat (achteraf) controle op naleving van reisschema, transport- en rusttijden e.d. mogelijk is.
Tenslotte moet temperatuurregistratie plaatsvinden in de ruimtes waarin de dieren zich tijdens transport bevinden.
De Nederlandse vee- en vleessector staat borg voor een goed en verantwoord transport van vee.
Het Nederlandse diertransport hoort internationaal tot de koplopers in verantwoord vervoer van vee. De transporteurs zijn erkend en beschikken over het meest moderne wagenpark met alle benodigde voorzieningen. Het vervoer vindt plaats op basis van wetenschappelijke inzichten en praktijkkennis samengevat in de uitgangspunten dat de transportmiddelen gecertificeerd zijn en de dieren ‘fit to travel’.
Het Nederlandse bedrijfsleven heeft zelf aanvullende eisen ondergebracht in kwaliteitsregelingen. Het streven is om deze regelingen in elkaar te schuiven en te laten aansluiten aan kwaliteitssystemen zoals IKB. In dat geval werken IKB erkende ondernemers (veehouders en slachterijen) in de keten alleen nog met gecertificeerde vervoerders die aan strikte kwaliteitseisen voldoen.
Ontwikkelingen
Uit oogpunt van gelijke concurrentieverhoudingen is en blijft het belangrijk, dat de regels binnen de hele EU gelijk zijn.
Als Nederland strengere eisen stelt dan elders en het vervoeren van dieren duurder maakt, dan kunnen Nederlandse veetransporteurs de concurrentie nooit volhouden. Dan komt het niveau van het diertransport in de EU gemiddeld lager uit en zijn de dieren de dupe.
Zo kan Europa het Nederlands voorbeeld nog volgen en meer werk maken van het autoriseren van transporteurs en transportmiddelen en het verbeteren van de opleiding.
Wetenschappelijk moet gekeken worden naar de impact van een langere reisduur, langere stilstand, hogere compartimenten en lagere beladingsgraad voordat voorstellen van die strekking zonder onderbouwing hun intrede doen. Zo kan het verminderen van het aantal dieren op een wagen juist leiden tot meer letsel. Dat geldt ook voor langere rusttijden. Dieren zouden tijdens het transport moeten kunnen liggen en staan en moeten kunnen drinken. Ook naar de hoogte van de compartimenten wordt wel gekeken, maar als dat er toe leidt dat transporteurs een laag minder mogen vervoeren, dan betekent dat een vooral kostenpost voor de ondernemer, zonder het welzijn van de dieren gediend is.
Uitgangspunt voor beleid moet zijn: het rationeel bepalen van het welzijn van het dier, de kwaliteit van het transport, van het middel en van de vervoerder.
Dit is belangrijker dan lange rustpauzes, waarbij dieren in diverse klimatologische omstandigheden op de wagen blijven. Verkorting van de reisduur hoeft geen verdere verbetering van het welzijn te betekenen als door het lossen en laden de stress wordt vergroot en de reis langer duurt.