5 recente vragen

Dossiers

Ingrepen ter identificatie en de veiligheid

De Nederlandse veehouderij besteedt veel aandacht aan voedselkwaliteit en dierenwelzijn.
In het belang van de diergezondheid, de voedselveiligheid of het welzijn van dieren, is het soms nodig om fysieke handelingen bij dieren uit te voeren. Het gaat dan om het vijlen van scherpe tandjes of het aanbrengen van identificatienummers.
In de wet staat welke bijzondere ingrepen en handelingen mogen worden uitgevoerd en onder welke voorwaarden.

Naar boven

Wat zijn ingrepen ?

Veehouders laten ingrepen bij dieren het liefst achterwege.
Verschillende ingrepen, zoals onthoornen, couperen van staarten en tanden bijvijlen worden toch uitgevoerd. Dit gebeurt omdat het achterwege laten van deze ingrepen heeft ernstiger gevolgen dan het uitvoeren ervan.

Bij het besluit om een ingreep al of niet uit te voeren worden de risico’s voor mens en dier en het ongemak voor de dieren afgewogen.
De Nederlandse veehouderij zoekt naar oplossingen op alle gebieden. Onderzoek wordt gedaan naar veranderingen in de bedrijfsvoering en de huisvestingssystemen, het ontwikkelen van de beste methodes en het aanpassen van fokkerijprogramma’s.

Naar boven

Couperen

Het couperen van staarten bij schapen en biggen heeft diverse redenen.
Varkens hebben de neiging alles in hun omgeving te onderzoeken. Door verveling of irritatie wordt makkelijk 'even' aan de staart van een ander varken 'geknabbeld'. Daarbij kan een wondje met wat bloed ontstaan. De bijter gaat vaak door met bijten.

De schade door staartbijten kan fors zijn. Wondjes kunnen ontsteken met pijnlijke gevolgen voor het dier. De varkenshouder wil de kans hierop graag vermijden en coupeert vaak het uiteinde van het staartje met een elektrische coupeerder die het wondje snel dichtschroeit. Couperen moet binnen 4 dagen na de geboorte zijn uitgevoerd en is niet zonder (na)pijn. Voor de varkens blijft het nog een tijdje na de behandeling een gevoelige plek.

Staartbijten is niet aan één oorzaak toe te wijzen. Voeding, stalklimaat, type huisvesting en genetische aanleg spelen een rol. Staartbijten komt voor in de gangbare, maar ook in de biologische varkenshouderij. Ondernemers helpen staartbijten te voorkomen door afleidingsmateriaal en stro, door het hanteren van stabiele groepen, een goed stalklimaat zonder tocht en een goede uitgebalanceerde voeding.

In 1996 is in het Ingrepenbesluit het routinematig couperen van staarten bij varkens verboden, tenzij de kans op het staartbijten bij ongecoupeerde dieren te groot is. Dit is vastgesteld in de Europese richtlijn (Richtlijn 2001/93/EG).
In de praktijk blijkt dat stoppen met couperen veel problemen voor de varkens oplevert waardoor dierenartsen en varkenshouders vaak toch overgaan op het couperen. De WUR doet praktijkstudies om oplossingen te helpen vinden voor deze ingreep.

Sinds 2008 is couperen van staarten bij schapen verboden als standaard handeling.
Bij schapen werd de staart gecoupeerd om de huidmadenziekte Myasis te voorkomen. De ziekte ontstaat onder andere doordat aan de wol van de staart vuil blijft hangen.
Het hangt van het ras af of dit een probleem oplevert. Drie Britse rassen zijn gevoeliger voor Myasis. Voor deze rassen geldt een ontheffing voor couperen.
Om de staart te verwijderen, wordt een elastiek aangebracht waardoor de bloedtoevoer wordt afgesloten en de staart er na enkele dagen afvalt.
Via fokkerijprogramma’s wordt geprobeerd bij deze rassen een kortere staart te krijgen.

Naar boven

Slijpen

Biggen hebben zeer scherpe hoektandjes.
Bij grote tomen (koppels) of bij zeugen met een beperkte melkproductie, kunnen biggen verwondingen veroorzaken aan de uier en tepels van de zeug. Ook kunnen biggen elkaar verwonden bij rangordegevechten.
Door de tandjes vlak te slijpen, kan dit worden verminderd. Alleen de scherpe puntjes worden geslepen. Dit veroorzaakt nauwelijks pijn of complicaties.
De biggen krijgen door het oppakken wel last van enige stress.
Het Ingrepenbesluit staat het slijpen van de tandjes toe tot een leeftijd van zeven dagen als het kan leiden tot schade bij andere dieren. Naar schatting gebeurt dit op de helft van de Nederlandse varkensbedrijven.
Een hoge melkproductie door de zeug is de beste preventie om bijten door de kleine biggen te voorkomen.
Het knippen van tandjes is sinds 2008 verboden.

Naar boven

Onthoornen

Runderen zijn groepsdieren en hebben een sterke sociale rangorde.
Die orde wordt bepaald door onder andere een gevecht met de hoorns. Vooral in situaties met beperkte ruimte om te vluchten (zoals in stallen) kan dit leiden tot ernstige verwondingen. Voor de runderen zijn grote hoorns lastig om bij de voerbakken te komen. Ook voor de veehouders vormen de hoorns een groot risico.

De risico’s voor mens en dier zijn de reden dat een dierenarts bij jonge kalveren in Nederland de groeipit van de hoorns verwijdert. Dit mag tot een leeftijd van 2 maanden.
Onthoornen van toekomstige melkkoeien en fokstieren gebeurt onder een lichte narcose met aanvullend een plaatselijke verdoving door een dierenarts. De hoornaanleg wordt met een brandbout verwijderd. Op latere leeftijd is onthoornen veel moeilijker en gebeurt alleen maar als het niet anders kan en uiteraard onder verdoving.

Naar boven

Identificatie

In de Nederlandse veehouderij heeft elk dier een identificatiebewijs.
Van elk dier moet de geboortedatum en de herkomst bekend zijn. Zonder een individuele registratie mag een dier niet worden goedgekeurd voor het slachten en moet het vlees worden vernietigd. Per diersoort verschillen de identificatie-eisen. Elke diersoort heeft eigen methodes voor identificatie met per methode voor- en nadelen.

Sommige dieren hebben een halsband met identificatie. Andere krijgen een meer permanente identificatie zoals een oormerk of een tatoeage. Per dier mogen maximaal twee herkenningen worden aangebracht.

Bij runderen zijn twee (gele) oormerken wettelijk verplicht (in elk oor één).
Een brandmerk mag bijvoorbeeld niet meer worden aangebracht. Bij melkkoeien werken halsbanden met een nummer goed voor herkenning op afstand.
Identificatie met halsbanden is een vrijwillige keus van de veehouder. De band heeft aan beide zijden van de nek een nummer waaraan de koe kan worden herkend, overigens niet makkelijk te zien.
Aan de halsband kan ook een zogenaamde transponder worden bevestigd. Hierdoor is automatisch elektronische herkenning mogelijk. Bijvoorbeeld tijdens het melken of bij de (kracht)voerbak.
Runderen hebben geen ongemak van een halsband. Bij dieren in de groei moet de veehouder wel regelmatig de grootte van de halsband iets bijstellen.

Varkens hebben een wettelijk verplicht oormerk voor Identificatie en Registratie. Voor het transport naar de slachterij krijgen ze een tweede oornummer als herkenningsteken. Bij varkens in de fokkerij zijn vaak meer identificaties in gebruik. Het wettelijk verplichte oormerk voor Identificatie en Registratie en het oormerk voor transport naar de slachterij. Daarnaast krijgen fokdieren een tatoeage. Voor deze varkens zijn tot 2012 drie herkenningstekens toegestaan.
Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een elektronische herkenningsmethode. Bij varkens zijn halsbanden nauwelijks mogelijk als herkenningsteken.

Schapen krijgen soms een tatoeage in het oor en soms een halsband. Een halsband kan problemen geven met de dikke vacht of bij een snelle groei van de nek.

Naar boven

(Inter)nationale situatie

In Nederland is in het Ingrepenbesluit vastgelegd welke handelingen bij dieren mogen worden verricht, door wie en wanneer.

In Europa zijn basiswelzijnsregels vastgelegd in een richtlijn.
In andere delen van de wereld is niet altijd bekend welke eisen en omstandigheden gelden.

Naar boven

Toekomstige ontwikkelingen

In Nederland wordt voortdurend onderzoek gedaan naar mogelijkheden om de ingrepen bij dieren te verminderen. Onder andere door onderzoek naar andere huisvestingssystemen, en naar mogelijkheden om dieren anders in groepen in te delen. Ook wordt gekeken naar huisvestingsmethodes die een dier de mogelijkheid bieden om uit te kunnen wijken bij een gevecht om de rangorde. Bij het nemen van maatregelen moet worden voorkomen dat de maatregel op een ander gebied tot nadelige effecten leidt.  
(Zie ook het subdossier 'huisvesting')

Bij de identificatie wordt gekeken naar elektronische herkenning, bijvoorbeeld via een onderhuidse chip.

Naar boven

Nieuws

Gezonde runderen hoeven geen BSE test meer

Een gunstige runder-gezondheids-situatie en gedegen wetenschappelijke adviezen hebben het mogelijk gemaakt, dat de EU heeft kunnen instemmen...

Lees meer
Centrale registratie rond varkensgezondheid

Er moet in Nederland één centrale registratie komen van alle beschikbare informatie over de gezondheid van varkens. Volgens de WUR is dat...

Lees meer

Naar boven

Vlees in beeld

Uitgelicht

Invriezen en ontdooien: een koud kunstje

Lees meer