Mannetjesvarkens (beren) krijgen als ze ouder worden een andere hormonenhuishouding. Ze maken de stoffen Androstenon, Skatol en Indol aan. Deze veroorzaken een sterke geur zodra het vlees wordt verhit, de berengeur. Jaren geleden is daarom besloten de mannetjes te castreren.
De castratie voorkomt dat consumenten met de berengeur geconfronteerd worden. Een andere belangrijke reden is dat buitenlandse afnemers eisen dat het vlees gegarandeerd vrij is van berengeur.
Voor het welzijn van de big is stoppen met castratie uiteraard wenselijk. De varkenssector wil de ingreep ook graag achterwege kunnen laten. Ondanks gedegen onderzoek is er nog geen sluitend alternatief. Volgens het LEI is castratie onder verdoving een goede tijdelijke oplossing.

Bij mannetjesvarkens (beren) die ouder worden, verandert de natuurlijke hormonenhuishouding.
Onder invloed van testosteron kan bij sommige varkens de stoffen Androstenon, Skatol en Indol zich ontwikkelen. Deze kunnen bij een klein deel (2 tot 10%) van de beren in een ingewikkeld samenspel de berengeur vormen.
Aan het varken of het vlees is niets te zien. Pas zodra het vlees wordt verhit, ontwikkelt de geur zich. De geur dringt nogal door en is voor veel mensen ronduit onaangenaam. Een klein aantal mensen ruikt het niet, maar de meeste mensen die het ruiken, vergaat de eetlust.
Herkomst, voeding, houderij en genetische achtergrond lijken bij het ontstaan een rol te spelen.
Buitenlandse afnemers van Nederlands vlees (Duitsland, Italië) eisen dat varkensvlees gegarandeerd vrij is van berengeur en weigeren daarom vlees van niet gecastreerde mannetjes varkens.
Om deze reden en om de geur bij consumenten te voorkomen, zijn beerbiggen afgelopen jaren gecastreerd zodat de geur de laatste tientallen jaren eigenlijk niet meer voorkwam.
Voor de biggen is het castreren een pijnlijk stressmoment.
Varkenshouders vinden het vervelend en kostenverhogend werk. De sector zoekt al jaren naar mogelijkheden om de belangen van consumenten, buitenlandse afnemers, varkenshouders en dieren te combineren.
Het is niet makkelijk een oplossing te vinden om berengeur gegarandeerd te voorkomen.
Het meest eenvoudig lijkt gewoon niet meer castreren. Dat scheelt de varkenshouder tijd en geld en voor het varken is het prettiger. Nadeel is dat de consument onverwacht geconfronteerd kan worden met berengeur in de keuken en dat buitenlandse afnemers het Nederlandse varkensvlees niet meer kopen.
Een andere oplossing zou zijn om berengeur tijdens het slachtproces te ontdekken. Het varken kan dan een andere bestemming krijgen, bijvoorbeeld in vleeswaren en andere bereide producten. Bij de bereiding hiervan speelt berengeur geen rol en consumenten worden er niet mee geconfronteerd. Buitenlandse afnemers willen dit vlees echter niet kopen, omdat deze methode geen 100% garantie biedt.
Een oplossing kan ook zijn om berengeur te ontdekken door van elk (geslacht) mannelijk varken een stukje vlees af te snijden en te verhitten: de bak en braad test. Een geoefende neus van een gekwalificeerde 'geurmeester' kan dan ruiken of het vlees goed is.
Vermoedelijk zijn er niet voldoende mensen die dit werk dagelijks kunnen doen, zodat er een risico blijft bestaan van niet ontdekken van berengeur. En dat kan dan leiden tot klachten van consumenten bij de slager of de supermarkt en ook in dit geval willen buitenlandse afnemers het vlees niet kopen.
Een ander alternatief voor castratie is het slachten van de mannetjesvarkens op jongere leeftijd. Dit geeft echter ook geen 100% garantie. Daar komt bij dat het minder efficiënt is om varkens zo vroeg te slachten. Voor eenzelfde hoeveelheid vlees zijn dan immers meer varkens nodig.
Een ander nadeel is dat de vleesdelen van deze jongere, kleinere, varkens niet altijd voldoen aan klanteneisen.
Vleesbedrijfsleven en wetenschap zoeken naar apparatuur die berengeur tijdens het slachtproces kan opsporen.
Ook wordt onderzocht of het kruisen van varkens met specifieke genen een oplossing kan bieden. Dit is echter een langdurig en moeilijk traject. Het onderzoek is complex door het samenspel van hormonen en verschillende stoffen en de herkomst en eigenschappen van elk varken. Zo is nog steeds niet precies bekend wanneer de stoffen voor de slechte geur zorgen.
Waarschijnlijk beïnvloeden ook het voer en de huisvesting het ontstaan en dus het voorkomen van berengeur.
Een snellere, maar ook kostbaarder oplossing is immunocastratie.
De mannelijke biggen krijgen tweemaal een injectie met stoffen die de hormonenhuishouding van het varken regelen. Zo groeien de balletjes van een varken niet of nauwelijks.
De Nederlandse varkenssector vermoedt dat consumenten weerstand hebben tegen deze methode. Het bedrijfsleven houdt toepassing van immunocastratie af zolang niet meer bekend is over de houding en acceptatie in de markt en bij de consument.
Het zoeken naar oplossingen voor het punt van de berengeur is complex en verloopt langzaam.
Nederlandse supermarkten hebben in 2007 gemeld alleen nog vlees te willen verkopen van ongecastreerde varkens, of van varkens die als big onder algehele verdoving zijn gecastreerd.
In november 2007 hebben de varkensvleesketen, supermarkten, de dierenbescherming en het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit afspraken gemaakt in de Verklaring van Noordwijk. Hierin is ook vastgelegd dat de extra kosten die het verdoofd castreren met zich meebrengt door de supermarkten worden betaald. Daarmee wordt voorkomen dat Nederlandse producenten in een oneerlijke concurrentiepositie belanden.
De Animal Sciences Group van Wageningen Universiteit heeft onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor verdoving.
In overleg met dierenartsen en bedrijfsleven is gekozen voor verdoving met CO2 gas. Deze ingreep heeft echter nog steeds nadelige effecten voor het welzijn en de kosten.
Voor de varkenshouder is deze methode omslachtiger en kostbaarder dan de traditionele methode. Verder worden vraagtekens geplaatst bij de verbetering van het welzijn van de big. De handeling duurt langer en de hersteltijd van de big blijft vrijwel gelijk.
De varkensvleesketen ziet verdoofd castreren als tussenoplossing.
Het wetenschappelijk inzicht over het ontstaan van berengeur neemt langzaam toe. Mogelijk dat berengeur via de fokkerij kan worden opgelost, maar de meningen zijn nog sterk verdeeld.
In een evaluatierapport van het onderzoeksinstituut LEI begin 2010 is aangegeven dat de technologie van verdoofd castreren een goede tussenoplossing is. Het LEI heeft aangegeven dat de technische werkwijze van de varkenshouders en dierenartsen kan worden verbeterd. Naar aanleiding hiervan hebben de sectororganisaties LTO en NVV een Actieplan optimalisatie verdoofd castreren opgesteld. Dit plan wordt in de sector uitgevoerd.
Veel Nederlands varkensvlees wordt verkocht aan buitenlandse afnemers.
Het is belangrijk aan hun wensen en eisen te voldoen. Zo geldt in Duitsland een wettelijke bepaling die de handel van vlees van mannelijke varkens beperkt.
Ook willen sommige supermarkten uitsluitend vlees van vrouwelijke varkens. Zo lopen ze geen enkel risico op een afwijkende geur of op beschadiging van het imago van de winkelketen.
Nederlandse varkenshouders die in Duitsland beren leveren, krijgen vaak minder uitbetaald voor het varken.
Hoewel buitenlandse afnemers veelal de eis stellen dat het varkensvlees gegarandeerd vrij is van berengeur, beginnen ze zich langzaam open te stellen voor overleg met hun Nederlandse leverancier over mogelijke alternatieven.